Ga naar homepage Koninklijk NVVH-Vrouwennetwerk
  • AFDELING HOOGVLIET
Hoogvliet
Verslagen (dia-)presentaties, activiteiten en excursies

AFDELING HOOGVLIET VAN HET KONINKLIJK NVVH VROUWENNETWERK BESTAAT SINDS 1959 EN VIERT DUS DIT JAAR HAAR 60-JARIG BESTAAN. DIT IS EEN GOED MOMENT OM DE DIVERSE ACTIVITEITEN TE BELICHTEN DIE DOOR DE HUIDIGE (BUITEN-) BESTUURSLEDEN TOT OP HEDEN ZIJN VERRICHT. EVENEENS WORDT AANDACHT BESTEED AAN DE LEDEN DIE VOORHEEN BESTUURSLID ZIJN GEWEEST.

Met veel plezier komt nog steeds gemiddeld een 40-tal leden naar onze bijeenkomsten in de Flamingo en neemt een groepje leden graag deel aan de excursies, wandelingen met gids en fietstochten.

Activiteiten in de Flamingo worden geregeld en voorbereid, ingeleid en afgesloten. Cadeautjes voor de bingo ochtenden en soms voor de mensen die een inleiding verzorgen, worden aangeschaft.

Ook de excursies, wandelingen en fietstochten worden gepland. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de fysieke mogelijkheden van de deelneemsters. Hiervoor worden  afspraken gemaakt en financiën geregeld.

Om te weten wat, waar en wanneer iets plaats vindt en hoe het geweest is, hebben we  het Maandbericht dat wordt samengesteld en gedrukt. Advertenties voor het Maandbericht worden  geworven.

Contacten  met en bijeenkomsten bij het Centraal Bureau en de afdelingen van onze regio Zuid-Holland Midden worden in stand gehouden.

Bij leden hoort een ledenadministratie die bijgehouden  wordt.

Voor informatie over het NVVH Vrouwennetwerk, externe contacten en mededelingen van het Centraal Bureau en de afdelingen van onze regio Zuid-Holland Midden is een centrale administratie nodig.

Bij ziekte van een deelneemster wordt een kaartje gestuurd of een cadeautje thuis dan wel in het ziekenhuis gebracht. Bij het overlijden van een deelneemster gaan bestuursleden naar de uitvaart. 

Voor dit alles is geld nodig en wordt aan onze beperkte middelen strak de hand gehouden.

Eenmaal per jaar wordt, tijdens de ledenvergadering, verantwoording afgelegd  van de activiteiten in een jaar- en financieel verslag.

In deze werkzaamheden die voor de hand lijken te liggen,  gaan flink wat uren en energie  zitten. Tijd die de Bestuursleden en Buiten Bestuursleden graag aan onze afdeling besteden. Bovendien beseffen zij terdege: vrijwillig is niet vrijblijvend. Dus vallen zij in noodsituaties voor elkaar in.

Omdat er heel weinig nieuwe kandidaten zijn voor ( Buiten) Bestuursfuncties, gaan zij elk jaar  door, ondanks het feit dat – volgens het reglement – om de 3 jaar nieuwe Bestuursleden gekozen dienen te worden. Als zij dit niet deden, was onze afdeling al lang opgedoekt!

Een bijzonder woord van dank en waardering aan deze Bestuursleden, oud-Bestuursleden en Buiten Bestuursleden, vooral aan de dames die al meer dan 20 en zelfs meer dan 30 jaar actief zijn voor onze afdeling, is dan ook meer dan gerechtvaardigd.

Hierna vindt u het overzicht van hun werkzaamheden sinds het begin van hun lidmaatschap:

Huidig bestuur

. Voorzitter: Anneke Schultink

Lid sinds 1987

Voorzitter van 1993 tot heden

. Vicevoorzitter: Riet de Wijn

Lid sinds 1990

Vicevoorzitter van 2014 tot heden

Redactie van het Maandbericht van januari 1991 tot 2014

Bijdrage Maandbericht van 2014 tot heden

Excursieleidster van 1992 tot 1998

Organisatie fietstochten van 2013 tot heden

Organisatie wandelingen (met gids) van 2017 tot heden

. Secretaris:  Francien Diederik

Lid sinds 1992

Secretaris van februari 2001 tot heden

. Penningmeester: Sija Bijl

Lid sinds 1994

Penningmeester van 2001 tot heden

Organisatie fietstochten van 2004 tot 2013

. 2e Penningmeester: Sonja Kruijssen

Lid sinds 2015

 2e penningmeester van 2017 tot heden

. Evenementenleidster activiteiten in de Flamingo: Gerda Klompenhouwer

Lid sinds 2014

Evenementenleidster van 2015 tot heden

. 1e Excursieleidster: An Herwijnen

Lid sinds 1983

 2e Excursieleidster van 1986 tot 1988

Excursieleidster van 1988 tot 1992

1e Excursieleidster van 2004 tot heden

Penningmeester van 1992 tot 1995

Adviseuse Jacobafonds van 1986 tot heden

. 2e Excursieleidster: Ria de Jong

Lid sinds 1986

Evenementenleidster van 1993 tot 2000

2e Excursieleidster van 2004 tot heden

Webmaster (samen met haar man) van 2008 tot 2012

. Ledenadministratie: Marianne Riegman

Lid sinds 1992

Ledenadministratie van 1996 tot heden

Informatie consumentenbelangen en milieu van 1994 tot 2014

Buiten Bestuursleden

. Redactie Maandbericht: Ans Dekkers

Linds sinds 1987

Redactie Maandbericht van 2014 tot heden

2e Secretaris van 1988 tot 1989

Secretaris van 1989 tot 1990

2e Secretaris en IVHA van 1990 tot 1993

Voorzitter van 1991 tot 1993

Redactie Maandbericht van 1990 tot 1991

Wegens verhuizing i.v.m. het werk van haar man is Ans Dekkers van 1993 tot 2005 lid geweest van het NVVH Vrouwennetwerk in Venlo en Roosendaal waar zij ook diverse bestuursfuncties gehad heeft.

. Potje Lief en Leed: Truus de Wit

Lid sinds 1984

Activiteiten Potje Lief en Leed van 1994 tot heden

. verslagen Maandbericht en Webmaster: Bernadette Harrison

Lid sinds 2006

Verslagen Maandbericht van 2006 tot heden

Webmaster van 2015 tot heden

Oud Bestuursleden (nog steeds leden)

. Anneke Bierbooms

Lid sinds 1992

Consumentenpijler van 1994 tot 2000

Excursieleidster van 1998 tot 2004

Organisatie fietstochten van 1998 tot 2004

. Nel Haagsma

Lid sinds 1988

Penningmeester van 1989 tot 1992

2e Excursieleidster van 1997 tot 2000


 

PRESENTATIE OVER ROTTERDAM EN WERELDOORLOG II

Drs. Frans van Erkelen heeft een interessante presentatie gehouden over Wereldoorlog II en Rotterdam.

Tijdens deze oorlog verklaarde Nederland zich neutraal, maar moest dit ook bewijzen. De landsgrens bestond uit schrikkeldraad met hoogspanning: de zogenaamde dodendraad. Vluchtelingen en soldaten moesten opgevangen worden.

In de jaren ’30 was de economie ingestort. Hierdoor ontstond de opkomst van de NSB (de Nationaal Socialistische Beweging), die vooral tegen het communisme gericht was. In Nederland was de NSB geen machtsfactor. Joden hadden een eigen gemeenschap maar werden nog niet gehaat.

In 1938 heeft Nederland verklaard dat Joodse Duitse vluchtelingen niet binnen mochten, want Hitler, toen nog een bevriend staatshoofd, mocht niet voor het hoofd gestoten worden.

Voorgeschiedenis

Van 1870 tot 1918 was Duitsland een Keizerrijk, waar o.m. hele stukken van Frankrijk toe behoorden. In 1914 verklaarde Duitsland de oorlog aan Frankrijk, Rusland en Engeland. De Engelsen noemen het nog steeds de Great War. Meer dan 7 miljoen soldaten zijn erin omgekomen. Talloze oorlogsgraven zijn terug te vinden in België. Duitsland was de grote verliezer, werd gezien als de grootste boosdoener van die oorlog en moest schulden betalen in de vorm van geld, gebied en vernedering.

Dit was de aanleiding tot de Tweede Wereldoorlog en het ontstaan van een broeinest van Jodenhaat. Het was ook een voedingsbodem voor het nationaal socialisme.

Opkomst van Hitler

Hitler, geboren op 1889 in Oostenrijk, wilde eigenlijk kunstenaar worden. In WO I vocht hij als soldaat mee. Hij vond dat Duitsland superieur was. De Russen en Engelsen dachten dat over hun eigen land ook, het paste in die tijd. Hitler ontwikkelde zich tot racist en antisemiet.

In 1932 waren de Nazi’s de grootste, door het volk gekozen, partij, die de Joden van alles de schuld gaf. Hitler had charisma en organisatietalent. Hij beloofde de bouw van auto’s (Volkswagen), autowegen en vakantie voor de arbeiders. Dit zorgde voor economische groei, waardoor Hitler enorm populair werd. Concentratiekampen waren er al: politieke tegenstanders werden  er gevangen genomen.

In 1938, tijdens de Kristallnacht, werden in Duitsland, tijdens een terreuractie, o.m.  alle ruiten van Joden ingegooid. Deze sloegen massaal op de vlucht naar Nederland, dat hen terugstuurde.

Tegen alle afspraken na WO I in had Hitler inmiddels een machtig leger opgebouwd.

De Britten hadden (onder Chamberlain) een vredesverdrag met Duitsland (Hitler) gesloten. Nederland (Colijn) dacht dit ook. Maar Hitler was van mening dat Duitsland te klein was voor het grote Duitse ras. Hij annexeerde stukken land, zoals het Rijnland. Engeland liet dit gebeuren. In 1939 viel Duitsland Polen binnen en verdeelde het land met de Russen, omdat Hitler geen ruzie met hen wilde.

Vervolgens verklaarden Engeland en Frankrijk de oorlog aan Duitsland. Italië (Mussolini) steunde Hitler, die hem gebruikte, waardoor geen tegenstand in het zuiden kwam.

WO II begint met de Blitzkrieg

Op 09-04-1940 viel Duitsland Denemarken en Noorwegen binnen. Nederland, dat neutraal wilde blijven, had in april wel de staat van beleg afgekondigd, waardoor alles onder militair gezag stond. De Statendam lag in de haven om Joden naar de Verenigde Staten te brengen.

Op 10-05-1940 startte Duitsland met de operatie Fall Gelb (een aanval op Nederland, België, Luxemburg en Noord-Frankrijk, n.v.d.r.). Nederland had de rol van de Duitse luchtmacht onderschat.

Wat was het belang van Rotterdam?

Van belang waren zeker de bruggen over de Maas, het vliegveld Maashaven, de haven naar de open zee en de olie- en benzine opslag, de Moerdijk en de Grebbelinie. De regering mocht niet in Engelse handen komen en de Engelsen mochten er niet landen.

10-05-1940

Parachutisten landden in de Waalhaven, watervliegtuigjes landden bij de Willemsbrug, met behulp van rubberbootjes werd de brug ingenomen, zodat deze niet opgeblazen kon worden. Alle bruggen werden afgesloten, Rotterdam Zuid was al snel onder controle van de Duitsers, het Noordereiland bezet. Alle bewoners moesten op het eiland blijven en de Duitsers verstopten er zich, omdat er niet op burgers geschoten mocht worden.

11-05-1940

Het golfde van mythes en verhalen: het water was besmet, de Duitsers waren als priesters verkleed, etc. NSB’ers werden opgepakt omdat men vreesde dat zij de Duitsers zouden helpen. De Statendam werd in brand gestoken. De Maastunnel in aanbouw werd als vluchtplaats gebruikt. Met Pinksteren werd Rotterdam zowel door de Duitsers als de Engelsen gebombardeerd. Ook de Diergaarde werd getroffen, waarop de dieren afgemaakt moesten worden. De Duitsers konden niet verder doorbreken.

Op bevel van de regering was het Koninklijk Huis gevlucht naar Engeland. Dit veroorzaakte verwarring en boosheid bij de bevolking.

De Duitsers, die op tanks wachtten, hadden parachutisten gedropt tussen Rotterdam en Den Haag. Mannen die de tanks zagen komen, wilden de bruggen opblazen. Dat is niet gelukt. Vervolgens zijn de Noordereilanders, onder leiding van een priester en een commandeur, met een witte vlag de brug overgelopen met een verzoek tot overgave. Dat werd door de Duitse militairen niet geaccepteerd.

14-05-1940

Een dramatische dag! De Duitsers stelden een ultimatum tot overgave. Burgemeester Oud had Generaal Winkelman gezegd zich over te geven. Hij weigerde. Generaal Luitenant Schmidt waarschuwde voor tactische vluchten van de Duitsers. Het bleken echter geen tactische vluchten te zijn maar met bommenwerpers. De afspraak was: als er rode lichtkogels in de lucht te zien waren, mocht er niet gebombardeerd worden. Blijkbaar hebben de bombardeurs die lichtkogels niet gezien of willen zien. Overigens was Göring al lang van plan Rotterdam, Utrecht en Amsterdam te bombarderen.

Van 13u27 tot 13u40 vonden de bombardementen plaats.

Dhr. Van Erkelen liet ons vervolgens een filmpje over het bombardement zien.

Na het bombardement waren 80.000 mensen dakloos, 850 burgers en 185 militairen overleden.

De luchtdruk was het ergste: ruiten sprongen kapot, gordijnen en houten vloeren vlogen in brand.

Een tweede bombardement dreigde, maar werd niet uitgevoerd.

De capitulatie vond plaats op 15-05-1945.

Vergeten bombardement op 31-03-1943 door de US Air force

Het doel ervan was de scheepswerf Wilton-Feijenoord. Het zicht was op dit moment slecht en 70 bommen vielen op de woonwijk Bospolder-Tussendijken. Er werden 3.200 woningen verwoest en er vielen 401 doden. Dàt was gunstige propaganda voor de Duitsers.

Oorlogsjaren

De klok werd 1u40 vooruit gezet (voorheen had elk land een andere tijd). Radio en pers kwamen onder controle. Er moest puin geruimd worden. 36.000 steuntrekkers werden ingezet om grachten te dempen en 1.000 noodwoningen te bouwen. De NSB’ers kwamen aan de macht, maar in het begin hadden de Duitsers niets met de NSB. De eerste jaren van de bezetting werd passief verzet gepleegd om de Duitsers te pesten. Steeds verder werd de vrijheid beknot: straatnamen werden gewijzigd, duiven houden werd verboden en op staken stond de doodstraf.

Het verzet in Rotterdam

Onderduikers werden actief en NOMEDOS (niet ondergaan met en door onze schuld) bood o.m. steun aan gezinnen. Achtergebleven vrouwen zamelden geld in. Er werden knokploegen ingesteld. Toen al werden joden naar Westerbork afgevoerd. Onschuldige mensen werden door de Duitsers gefusilleerd. Dit zette veel kwaad bloed en het verzet werd heftiger. Een sabotageploeg onder leiding van Henk Buisman ging met kano’s naar  schepen (de Hijsbok, de Titaan en de Westerdam) om deze tot zinken te brengen.

Razzia’s op 10-11-1944

De Duitser hadden arbeidskrachten tekort. Nederlandse mannen (17-40 jaar) moesten dus naar Duitsland om er te werken, in totaal 52.000, die er per boot, trein of lopend naartoe moesten. Dit is niet gebeurd in andere steden.

De Hongerwinter van 1945

D-Day, de dag van de inval van de geallieerden in Normandië, was op 06-06-1944. Eind ’44 werd Zuid Nederland bevrijd. Daarna kwam stagnatie omdat men verkoos eerst naar het Ruhrgebied te gaan. Tot dan was er geen sprake van ondervoeding. Wel was iedereen 10-15 kg vet kwijt! Het gas was afgesloten, er was geen brandstof meer, de zwarte handel bloeide. Er ontstonden hongertochten: kinderen werden naar de boeren gestuurd voor aardappelen, bloembollen, etc. Duizenden kinderen werden uit Rotterdam naar het noorden gestuurd. Ook werd de operatie MANNA gestart: het droppen van voedsel.

In deze periode zijn in Rotterdam 5.000 mensen overleden.

Einde van de oorlog in 1945

Op 5 mei werd in Wageningen de vrede ondertekend. Op Bijltjesdag werden NSB’ers opgepakt, in totaal 12.000 in Rotterdam, moffenmeiden werden kaalgeschoren. Dit heeft diepe wonden geslagen want wie was goed, wie was fout? Tijdens rechtszaken werden 150.000 mensen veroordeeld tot kampen, maar achteraf kregen velen, vooral in de politiek, gratie. In de periode 1945-1950 wilde men niet terugkijken, er moest wederopgebouwd worden.

Tot slot: de Holocaust

In Rotterdam leefden ± 13.000 Joden, verspreid over de stad, in Nederland 160.000. Anti-Joodse maatregelen werden genomen. Zij mochten o.a. geen ambtenaar meer zijn, niet in cafés, parken en de binnenstad komen en moesten een Jodenster dragen. Op 30-07-1942 werden Rotterdamse Joden opgeroepen zich te melden. 1.120 meldden zich vrijwillig. Die werden naar Loods 24 gebracht om van daaruit naar concentratiekampen afgevoerd te worden. (Zie afbeelding monument Loods 24 en namen van de uit Rotterdam gedeporteerde kinderen). Daarna gebeurde het onder dwang via razzia’s. Op 26-02-1943 werden oudjes uit tehuizen naar Westerbork en Auschwitz vervoerd. 6.790 Joden uit Rotterdam kwamen in kampen terecht. Daarvan zijn 6.300 omgekomen. In totaal zijn 6 miljoen mensen omgebracht, onder wie 102.000 Nederlandse Joden.

“Nederland was het enige land waar gedemon- streerd werd vanwege de Joden”, aldus dhr. Van Erkelen. Op een muur in Amsterdam was de volgende tekst aange- bracht: “Laat die rotmoffen met hun rotpoten van onze rotjoden afblijven!” Hiermee sloot hij zijn presentatie af.

Wie van de aanwezige dames zou nog wat bijgeleerd hebben over WO II en Rotterdam?

Bernadette Harrison

 


RONDLEIDING IN HET STADION FEYENOORD, BETER BEKEND ALS ‘DE KUIP’

Maar liefst 23 dames (sommige met rollator, ga er maar aan staan) hadden zich op het metrostation Hoogvliet verzameld om, met metro en tram, naar De Kuip te gaan, waar een gids een rondleiding zou verzorgen.

 

Bij aankomst werden we eerst getrakteerd op koffie/thee met een gebakje erbij. Na een, vrij lang uitgevallen, koffiebreak konden we eindelijk met de gids aan de slag. Helaas kregen we toen te horen dat het stadion niet in zijn geheel bezocht kon worden in verband met de komende wedstrijd tegen de Russen. Jammer dat dit ons niet vooraf meegedeeld was.

De gids, een vrijwilliger en zonder twijfel fanatiek Feyenoord supporter, heeft toch zijn best gedaan om ons zoveel mogelijk te laten zien en uit te leggen over het ontstaan, de geschiedenis, de ontwikkeling en toekomstplannen van De Kuip, inclusief jaartallen en bedragen. Dat deed hij met een rondleiding aan de buitenzijde van het stadion, de rand om het veld, de twee spelerstunnels (oud en nieuw) onder het stadion en een gedeelte van de catacomben.

Daar legde de gids ons o.m. uit dat op het bord vóór ons aanvankelijk het opschrift ‘Doping’ stond….

 

 

 

De vergaderruimte bestemd voor de ‘harde kern’ van de supporters, een soort loods, waar de wanden volgehangen waren met foto’s van spelers, scheidsrechters, prominenten en artiesten, onder wie André Hazes, een ras Amsterdammer, die toch pro Rotterdam bleek te zijn.

 

 

Wie kan hem vinden tussen de andere foto’s?

De gids wist ons heel wat wetenswaardigheden te vertellen, maar gaf op het einde toe dat sommige dames hem dingen over Feyenoord meegedeeld hadden - feiten en ervaringen uit hun jeugd - die hij zelf niet kende. Zo zie je maar!

In het museum konden we alles nog eens rustig bekijken.

Bernadette Harrison

 


ROTTERDAMSE BIJNAMEN

Herco Kruik, geboren in Rotterdam, nu woonachtig in Oostvoorne, is 10 jaar geleden met een eigen bedrijf begonnen en produceert van alles wat met Rotterdam te maken heeft, waaronder: de Rotterdam scheurkalender, de  maandkalender Rotterdam van vroeger tot nu, boekjes zoals Humor uit Rotjeknor, Het Rotterdams ABC en digitaal: de scheurmail Rotterdam met een mix van informatie en humor. Eén van de rubrieken die hij erin behandelt is Rotterdamse bijnamen.

 

“Daar zijn wij goed in”, begint hij zijn verhaal, “bijnamen verzinnen’. “Ze zijn ontstaan omdat de officiële naam of te moeilijk was, of niet voor de hand lag. Nu zijn er ongeveer 1.500 bijnamen van gebouwen, straten, bruggen, bekende personen, zoals politici en voetballers, kunstwerken, e.d.” Ze komen tot stand in de volksmond, soms door de architect zelf van een gebouw. De uitvinder ervan kan een kunstenaar zijn maar is meestal een journalist. Dan bepalen de burgers of de bijnaam populair wordt of niet. Een populair voorbeeld is METRO: met een tering rotgang Rotterdam onderdoor.

Herco Kruik heeft een boekje gemaakt met Rotterdamse bijnamen en organiseert een Rotterdamse bijnamen toer met een tram uit de jaren ’30. Dit is een ludieke tour die ook privé, voor groepen, gereserveerd kan worden.

.Hij heeft ons een overzicht geboden van de leukste bijnamen en er ook uitleg bij gegeven en leuke anekdotes.

Met stip op nummer 1: de Kuip, het stadion Feyenoord. De architect had er de naam badkuip voor verzonnen. De Kuip, geopend in 1937, stond 8 maanden in de polders zonder er gebruik van te maken: er was crisis, er was geen geld voor de infrastructuur en dus ook geen wegen er naartoe.

Het kleine tunnelbuisje waardoor de spelers naar het stadion lopen wordt “dwangbuis” genoemd. Deze tunnel zat er niet in tot scheidsrechter Leo Horn het eerste strafpunt gaf. Door zijn toedoen won Sparta in 1959 de beladen derby van Feyenoord. Toen  hij het veld verliet werd hij door supporters aangevallen en dus werd de tunnel gebouwd, Leo Hornpad genoemd. De supporters noemden hem de Coentunnel naar het voetbalicoon van Feyenoord en Rotterdam, Coen Moulijn.

Herco vertelde ook dat er in Rotterdam een Ajaxstraat is waar taxichauffeurs wel naartoe willen rijden, maar er niet in. Ze zetten hun passagiers op de hoek af. Dames, als u ooit met een taxi naar de Ajaxstraat wil…

Nummer 2 is de Koopgoot, bijnaam voor de Beurstraverse die onder de Coolsingel doorgaat. Het was mevrouw Riek Bakker, Nederlandse stedenbouwkundige, die met het plan voor de Beurstraverse kwam. De naam koopgoot staat nu officieel in de Van Dale.

Nummer 3 is Rotjeknor, bijnaam voor Rotterdam, die qua oppervlakte de grootste gemeente van Nederland is. Rotjeknor was vroeger een schimpnaam die gebruikt werd door niet Rotterdammers en nu een koosnaam geworden is. In de straattaal wordt Rotterdam Roffa of 010 genoemd, een andere naam is Manhattan aan de Maas.

Hierna legde Herco een en ander uit over de bombardementen op Rotterdam en het belang van de Maas als slagader van de stad. Een getuigenis ervan is het beeld De Verwoeste Stad van Ossip Zadkine, nummer 4 op de voorkeurslijst. Een van de bijnamen: Jan Gat. Ook: De Werkgever. Een havenarbeider zag het beeld en zei: ‘net onze baas, een grote muil, geen hart in zijn donder en zijn klauwen staan verkeerd’.

Nog een interessante straatnaam is de Puntegaalstraat, in de volksmond Plukmekaalstraat genoemd omwille van het Belastingkantoor dat er jarenlang geweest is en nu te vinden is in Rotterdam Zuid.

Deze straat zou oorspronkelijk genoemd zijn naar een landpunt: de Punta Galla in Sri Lanka (toen Ceylon). In de daar nog altijd gelegen havenstad Galle bouwde de Vereenigde Oost-indische Compagnie een fort.

Zo heeft hij nog veel leuke, grappige en sprekende voorbeelden gegeven en anekdotes verteld.

Voor de dames uit andere regio’s die waarschijnlijk niet zo bekend zijn met straten en gebouwen, maar waarschijnlijk het nieuwe Centraal Station kennen: de bijnamen De Haaiebek en Station Kapsalon. Die laatste is weer zo’n typisch Rotterdamse naam ontstaan op de Schieweg waar een shoarmahuis was en, wat verderop, een kapsalon. Die kapper bestelde regelmatig shoarma met patat erbij en zei tegen de Turkse uitbater: ‘pleur het allemaal maar in een bakje’. Dat werd bij de bestelling een kapsalon. Zo ontstond de naam Station Kapsalon waar ook een shoarmazaak is.

Nog een bekende voor niet Rotterdammers: De Erasmusbrug. Bijnaam: De Zwaan. Het was een prestigeproject van burgemeester Bram Peper. Hij wilde er het icoon van Rotterdam van maken. Toen de pylonen opgetrokken werden kreeg de brug de naam Erectie van Peper en toen de brug er eenmaal stond de Pik van Peper. Hij wordt ook de Stervende Zwaan genoemd, de Wipkip en Zwiebertje omdat hij bij winderig weer zo verraderlijk ging zwaaien. Voor de angstige lezeressen onder u: dit euvel is vrij snel hersteld, u kunt er dus rustig overheen wandelen. Het biedt een fantastisch panorama.

De Nieuwe Schouwburg, wellicht ook bekend, kreeg de bijnaam de Kist van Quist, de naam van de architect die het gebouw ontworpen heeft.

Zo heeft Herco ons een ochtend blij gemaakt, niet alleen met Rotterdamse bijnamen en de afbeeldingen ervan, maar ook met een stuk (ontstaans-) geschiedenis en achtergrondverhalen.

Het was een leuke lezing.

Bernadette Harrison

 P.S. Wie over een computer/ipad beschikt en belangstelling heeft voor de Scheurmail, kan zich hier gratis op abonneren op www.scheurmailrotterdam.nl. Hierin staan niet alleen heel wat Rotterdamse uitdrukkingen, maar ook veel over de geschiedenis en beschrijvingen van Rotterdam, zijn gebouwen, parken, bruggen enz. en activiteiten die er elke dag plaatsvinden. Een aanrader!


DE HERKOMST EN BETEKENIS VAN VOORNAMEN EN ACHTERNAMEN

Conny van den Eijnden heeft ons, o.m. met een quiz, op een humoristische manier, gewezen op de diverse betekenissen van onze namen.

“Bij een naam heb je een plaatje in je hoofd, of het om een mens of een ding gaat”, startte zij haar verhaal. Aan de hand van de naam van onze voorzitter maakte zij dit duidelijk. Iedereen die haar naam hoort, ziet er ook een persoon bij.

Hoe was het met onze geboortenaam (voornaam)? Onze voorouders kwamen uit Afrika en zijn zich over de wereld gaan verspreiden.

“Al die bevolkingsgroepen gaven hun kind een naam waardoor het bij een groep hoorde. Die namen werden uit de natuur gehaald. Voorbeelden hiervan zijn Bernhard (beer), Wolf en daarvan afgeleid Wolfgang en Adolf (edele wolf)”. Dat was op een gegeven moment toch wel een vergissing … maar wie had het kunnen voorspellen? “Namen hielden ook verband met oorlog voeren en vrede. Voor dit laatste staat de naam Siegfried.

Dan gebeurde iets in de wereld waardoor nieuwe roepnamen ontstonden: het christendom. De geboorte van J.C. werd het jaar 0, alles ervoor werd voor J.C. alles erna na J.C. Dit werd dus onze jaartelling. De apostelen die overbleven gingen zijn leer verspreiden van het oosten naar het westen. Mensen gingen daardoor hun kinderen een christelijke naam geven, bv. Johannes. De bedoeling was dat hun kind het net zo goed zou doen als deze voorbeeldmensen. Conny vroeg ons naar afleidingen ervan. Jo, Johanna, Hanna, etc. kwamen tevoorschijn. In de Islam werden namen dan weer afgeleid van Mohammed.

Rond de jaren ’60 kwam een golf met nieuwe namen. Hoe kwam dit? Na wat zoeken was het antwoord: immigratie. Jonge mannen uit gebieden rond de Middellandse Zee kwamen hier werken. Ze zagen leuke meiden! Soms gingen ze terug naar hun eigen land en namen het meisje mee. Zij kregen een kind dat een nieuwe roepnaam kreeg. De kinderen die in Nederland geboren werden kregen een onbekende naam. Voorheen kon dit niet, maar door de immigratie moest het toch geaccepteerd worden.

In die periode waren er ook rebelse jongeren die weigerden de naam van hun ouders en grootouders aan hun kinderen te geven. Dat leidde tot verontwaardiging en vergelding: die kinderen kregen met verjaardagen minder dan de rest.

Er kwamen namen van vaders/moeders van beide kanten, bv. Gert-Jan of Anne-Marie. Dat is nu ook passé. Men ging weer namen uit de Bijbel kiezen, zoals Sem. Om anders te doen noemden sommige ouders hem Zem. Als een vrouw een relatie had met een buitenlandse man, kreeg het jongetje een naam van beide culturen. Zo is er Ꝣem, in het Turks Tjem en in het Nederlands Sem uitgesproken.

“Vroeger lag in de bibliotheek Het nieuwste voornamenboek waar je een naam uit kon kiezen”, ging Conny verder. “Nu verzinnen ze namen die niemand kent.“ Deze rage van vreemde namen is ontstaan toen, na de geslachtsdaad, de jonge man 5 of 7 letters uit de Scrabble nam en zijn vrouw uit Rummikub. Zij gingen dan schuiven tot een naam ontstond”.

Zij gaat verder met een anekdote. “Eertijds was de eerste vraag bij de geboorte van een kind: wat is het en  hoe heet het? Nu wordt u mobiel gebeld. U hebt er, natuurlijk, een roze en een blauw blaadje bij genomen om de naam te noteren. U schrijft op wat u hoort. Lieverd, zegt u. Wil je het nog eens herhalen? En nogmaals en nogmaals. Uiteindelijk zegt u: Oh, wat bijzonder! Wat leuk! Dan blijkt het kindje bv. Alisha of Aleesha te heten. Het probleem hiermee is dat de aandacht naar de naam gaat en niet naar het kindje. Het is zelfs gebeurd dat iemand een naam wilde beginnen met @, maar dat is afgewezen. Ook ABCDEFGH is al eens voorgekomen, omdat de ouders beroemd wilden worden, niet het kind.”

Achternamen, familienamen, geslachtsnamen

Napoleon (die ook over Nederland geheerst heeft) was dol op registreren, want hij wilde de bevolking kennen, niet zozeer omdat hij dit leuk vond, maar wel voor zijn leger. Hij wilde nl. in kaart hebben wie opgeroepen kon worden voor een van zijn vele veldslagen.

Waarop waren die achternamen gebaseerd?

1/ Beroepen, vaak te herkennen aan het tussenwoord de, bv. Piet de Molenaar, een verre voorouder had waarschijnlijk dit beroep; of de Boer; of Akkerman. Het kind van Akkerman werd dan Akkermans. Het kind van Huisman (ook een boer) was Huismans. De naam de Smit (vroegere schrijfwijze) of de Smid, is in Vlaanderen de Smet, die kan veranderen in Smeets.

2/ Patroniemen, waarbij de achternaam afgeleid werd van de roepnaam van de vader. Voorbeeld: Johannes → Jan → Janzijnzoon → Janse, Jansen(s), Jansons en – in de welgestelde families omdat er onderscheid gemaakt moest worden – Janssens (met 3 s-en).

Familienamen werden ook afgeleid van voornamen. Een niet zo leuk voorbeeld voor de drager ervan: Poepjes. Dit komt van Poppe, het kind ervan was: een van Poppe. Dit werd vervolgens Popjes en uiteindelijk Poepjes.

3/ Gedrag en uiterlijk. Vóor Napoleon hadden mensen heel veel voornamen zoals Jan van Kees van Bas. Wanneer steeds meer mensen geboren werden kregen zij bijnamen die zowel positief als negatief konden zijn, als de Lange, Kleinjan, de Neus, Bravenboer, Nobel, de Schele etc.

4/ Woonplaatsen, bij namen die vaak beginnen met van. Als je je eigen regio of stad verliet, werd je zo genoemd, zoals Van Slingerland.

5/ Omgevingsnamen werden ook gebruikt: Vandenheuvel, Van den Bergh (nog met de oude spelling), Van der Meulen of Vermeulen.

6/ Uithangborden. Napoleon heeft straatnamen en huisnummers geïntroduceerd. U weet nu wel een beetje waarom. Vóór die tijd hingen borden buiten aan de gevel van bv. een herberg of smederij. Mensen werden toen genoemd naar dit uithangbord. Als voorbeeld noemde Conny: Houten hooft.

Voor de internliefhebbers had zij nog een tip: het CBG (Centraal Bureau voor de Genealogie) heeft een familienamenbank of voornamenbank. Op hun site kan rechts bovenaan in een balkje de naam ingevoerd worden. Dan komt tevoorschijn hoeveel er van een naam in Nederland voorkomen en welke herkomst de naam heeft. Dus: allemaal aan het internet, dames!

Het was een leuke presentatie.

Bernadette Harrison


DE WONDERE WERELD VAN DE KNIKKER

Mevrouw H. van der Sar heeft ons tijdens deze presentatie laten zien dat de voor ons ‘doodgewone’ knikker een verbazende geschiedenis en ontwikkeling heeft gekend. Zij had hierbij een behoorlijk aantal knikkers meegebracht, die rondgedeeld werden en een aantal (de meer bijzondere) dat tijdens de pauze bekeken kon worden.

‘De knikker was al bekend in de Romeinse tijd’ begon mevrouw Van der Sar haar verhaal. ‘De glasknikker heeft echter zijn doorbraak gekend in Thüringen (oosten van Duitsland), waar glas letterlijk voor het oprapen lag. Hij concurreerde met de agaat knikker die heel duur was’.

‘In Lausha (Thüringen) was en is bijna iedereen werkzaam in de glasblazerij’, vervolgde zij. Daar werden tevens knikkers met de hand gemaakt. Zo ook door de familie Greiner die in 1848 de knikkerschaar uitvond, waardoor het maken van de knikkers een stuk sneller ging. Met het procedé van toen wordt nog steeds gewerkt. In Amerika is de knikkermachine uitgevonden. Septimus Greiner maakte deze na, moest hiervoor een flinke boete betalen, want plagiaat, maar maakte er toch flinke winst mee.

Wat kun je met knikkers doen?

Het meest voor de hand liggende: knikkeren. Maar het was ook het eerste geld, je kon er in een competitie mee verliezen en winnen, meer en minder spelen, samenwerken, een eigen voorkeur ontwikkelen. Kortom, het was dus stiekem een educatief instrument.

Wat nog meer? Ze werden gebruikt als stop voor een fles, om verf te mengen in de fabriek, om rioolbuizen schoon te maken, als kogellagers, in de glaskunst. Er werden en worden diverse verpakkingen gemaakt voor de knikkers: elk land heeft zijn eigen verpakking (die mevrouw Van der Sar ons liet zien) en ze worden in de meest diverse voorwerpen bewaard. Je kunt ze verzamelen, wat mevrouw Van der Sar ook heel enthousiast doet. Er blijkt een verrassend aantal soorten en maten te zijn: van glas, agaat, klei, natuursteen, aardewerk, porselein, kurk, hout, gres, plastic, magneet, enz. Tot onze verbazing bleek er een Mens erger je niet-spel met knikkers te bestaan! Knikkers met kaartjes erbij blijken er ook nog eens te zijn. Èn er zijn knikkerkampioenschappen, zoals ieder jaar in Noordeloos. Uiteraard hebben bedrijven en supermarkten handig gebruik gemaakt van de knikker rage om klanten, via hun kinderen, naar de winkel te lokken. Zie de afbeelding van het knikkerzakje Club knallers van PLUS (foto BJH).

De huidige productie

Sinds 1920 worden knikkers machinaal gemaakt. Op dit moment is Amerika, vooral Mexico, de grootste producent die de mooiste knikkers levert. De Chinese zijn minder van kwaliteit. Japan en Azië zijn ook producenten.

De handgemaakte knikkers na 1830 dragen de meest exotische namen (ook dat nog), zoals Latticino Core (zie hierna, foto internet), Indian Swirl, Divided Core, Onion Skin, etc., afhankelijk van het (soms indrukwekkend mooie) patroon dat in de knikkers verwerkt werd.

Hierna liet zij ons in een filmpje zien hoe de knikkers met de hand gemaakt worden. (Wie deze kunst, want dat is het, eens rustig wil bekijken en over internet beschikt: magicofmaking.com).

Er bleken zelfs knikkers te bestaan met dieren erin verwerkt, zoals het voorbeeld dat mevr. Van der Sar had meegebracht met een lammetje, van steen gemaakt omdat het tegen de hitte moest kunnen. Die knikkers kosten maar liefst € 150,- per stuk.

Mevrouw van der Sar had ook een prachtige doos meegenomen met knikkers waarin allerlei voetbal shirtjes verwerkt waren. Ronduit schattig!

Via een ander filmpje werd duidelijk gemaakt hoe knikkers met een machine gemaakt worden en hoe, met de hand, de indrukwekkende patronen in en op de knikkers aangebracht worden (op internet te zien op: howitsmade glas marbles).

De collectie van mevrouw Van der Sar

Uit haar foto’s bleek zij over een enorm aantal knikkers te beschikken, op een wand vullend rek met een spiegel achterin om ze van alle kanten te laten bewonderen en tentoongesteld in de meest diverse voorwerpen.

 

Er blijken wereldwijd verzamelaars van knikkers te zijn, vooral in Amerika, minder in Nederland. Onnodig te zeggen dat de oudste, met de hand gemaakte en zelfs die met een foutje erin, het meest gewild zijn. De belangstelling van mevrouw Van der Sar is ontstaan toen zij knikkers voor haar zoontjes kocht. Gaandeweg ging het van belangstelling over in pure passie, een fenomeen dat wij al vaker tijdens lezingen hebben mogen meemaken. Het is toch geweldig als iemand dit kan hebben ongeacht het onderwerp ervan.

Bernadette Harrison