Ga naar homepage Koninklijk NVVH-Vrouwennetwerk
  • AFDELING BREDA
Breda
Verslagen

VERSLAG VAN DE LEZING DD. 8 NOVEMBER

Onderwerp: achtergrond van de Bredase straatnaambordjes met extra aandacht voor de stratennaambordjes die naar vrouwen zijn vernoemd

Waarom zijn er in Breda toch maar zo weinig straatnamen vernoemd naar vrouwen?

Dat en meer werd ons verteld door Gerard Otten die werkzaam is geweest bij de Gemeentelijke Archiefdienst van Breda en die het in 1988 uitgegeven boek “De straten van Breda” heeft geschreven en waarin veel straten voorzien zijn van foto’s en de geschiedkundige achtergrond ervan.  

Al vroeg in de geschiedenis werden de straten naar de ligging ervan genoemd of naar de gebruikers van de straten. Zoals het Nonnenveld eigendom van de nonnen; Sint Annadreef vernoemd naar Anna van Buren de echtgenote van Willem van Oranje.

Na het slopen van de omwalling van Breda, noodzakelijk door de ingezette industrialisatie, moesten er meer namen voor de uitbreidingen worden bedacht. Zo werd aanvankelijk in 1798 Breda in 6 wijken verdeeld met de letters A t/m F en werden de huizen daarin doorlopend genummerd. 

Ook in de gemeenten Princenhage, Teteringen en Ginneken waren de huizen volgens het eenzelfde systeem genummerd. Na de annexatie van de eerder genoemde gemeenten werd gekozen voor de z.g. thematische straatnaamvernoeming zoals bloemen, bomen, vogels. Daarna naar zeehelden, componisten, schilders, dichters, ontdekkingsreizigers. Maar steeds waren het mannen! Zo werd in begin 1950 in het Heuvelkwartier alle straatnamen vernoemd naar de ontdekkingsreizigers.

In de periode 1880-1920 was er de eerste feministische golf. Zo kwam er in Breda de eerste vrouw in de gemeenteraad. Er werden wel straten, lanen of parken naar de vrouwelijk leden van het Koninklijke Huis vernoemd.

In 1957 werden in het Boeimeer nog enkele straten vernoemd naar de oude veldnamen de z.g. toponiemen en in 1959 werd de gehele wijk Doornbos ook vernoemd naar de oude veldnamen.

De grote doorbraak naar het vernoemen van vrouwenstraatnamen kwam pas na 1960 op gang. Zo kwam er in de dagbladen een pleidooi tot stand voor de vernoeming naar vrouwen door o.a. drs. Frans Brekelmans de toenmalige gemeentearchivaris van Breda.

In 1978 was er  “De Heksenjacht” waarbij de vrouwen de straatnamen opeisen in Breda.

In maart 1980 stelde de Bredase werkgroep Rooie Vrouwen voor om in Breda straten te vernoemen naar vrouwen die een belangrijke rol gespeeld hebben in de Nederlandse geschiedenis zoals Wilhelmina Drucker, Aletta Jacobs.

In oktober 1980 gingen de Rooie Vrouwen de straat op om niet alleen te eisen het vernoemen van straten naar vrouwen, maar hingen over een aantal discutabele straatnamen -zoals de Paul Krugerlaan en in de omliggende straten- de naambordjes van vrouwen op. 

Pas in 1984 nam het gemeentebestuur van Breda het besluit om het Maria Koyenhof en omliggende straten te vernoemen naar vrouwen die in de geschiedenis van Breda een rol hebben gespeeld. 

In het grootste gedeelte van de Haagse Beemden werd gekozen voor een groepsgewijze samenhang in de straatnamen waardoor de straatnamen eindigen op -donk, -beemd, -moer etc. Voor deze vernoeming was destijds wethouder van Dun voorstander. Zo was Maria Koyen beter bekend als moeder Neefs die omkwam bij het drama op de Vloeiweide op 4-10-1944 en was het dus logischer geweest om de naam Moeder Neefsplein te kiezen.

Elders in het land was de verhouding in de namen tussen mannen en vrouwen 1:10 maar in Breda 1:35. Anders gezegd Breda had dus een achterstand in te halen! 

Bij de bouw van Nieuw Wolfslaar en het aanliggende Bavel zijn er straten vernoemd naar vrouwen bijv. Zuster Boomaarsstraat.

Ook in de in aanbouw zijnde wijken zoals De Faam en in de Belcrum worden vrouwennamen toegepast. Aan de haven komt de Isabellakade. 

In de nieuwe wijk bij het voormalige Diaconessenhuis worden de straten vernoemd naar typisch vrouwelijk beroepen van vroeger zoals de Diaconessenweg en de Vroedvrouwenstraat etc. 

In 2019 waren er in Breda 341 straten genoemd naar mannen en ca 120 genoemd naar vrouwen op een totaal van ca 2200 straatnamen.

Tot 2040 zullen nog 100 tot 200 straatnamen erbij komen in Breda die grotendeels door “verdichting” tot stand worden gebracht omdat Breda qua oppervlakte niet groter zal worden. Voorlopig zet de emancipatie door en daarmee hopelijk ook het aantal vrouwelijke straatnamen.

Zo zal bijv. het Oranjeplein na de reconstructie van het plein en de wegen erom heen worden omgedoopt tot het Marga Mincoplein. Zij werd n.l. geboren aan de Prins Hendrikstraat.

Het was een leerzame middag over de straatnamen van Breda. Soms wat rumoerig maar dat kwam omdat er veel dames er wat meer over wilden praten; met 61 dames in de zaal loopt het dan eens wat uit de hand. 

Ida Clarijs 

P.S. Het boek van Gerard Otten “De straten van Breda” is niet meer in de handel te verkrijgen maar er is nog wel een exemplaar op markplaats te koop.

 

 
 
VERSLAG EXCURSIE OP WOENSDAG 25 OKTOBER naar Jachtpaleis Het Loo te APELDOORN
Met het nieuwe, moderne ondergrondse museum
 
Iets later dan 9 uur vertrokken we naar Apeldoorn.
De deelneemsters waren blij elkaar weer te zien en er was weer heel wat te bespreken. Doordat we wat later vertrokken kon de chauffeur flink doorrijden.
Bij aankomst zijn we eerst koffie gaan drinken in het restaurant buiten het paleis.
Voldaan gingen wij het paleis bekijken. Truus had met onze museumkaarten de tickets opgehaald. 
 
In de grote hal konden we de ingang vinden naar de zaal met de tronen van alle vorsten/vorstinnen, die ons land gediend hadden.
Met de jaren werden de tronen mooier en makkelijker om in te zitten. De troon verheft de vorst/vorstin boven de landgenoten.
Ieder jaar leest de vorst/vorstin de troonrede voor aan de genodigden in de ridderzaal. Deze troonrede is samengesteld door de ministers met medewerking van de ambtenaren van het ministerie. Wat heeft het kabinet voor het land gedaan en wat heeft zij niet voor elkaar gekregen hetgeen zij beloofd heeft. Maar niet getreurd in 4 jaar kan veel gedaan worden. Als er maar niets vervelends gebeurt.
 
Daarna zijn we de trap afgegaan naar het ondergrondse gedeelte, dat helemaal tot aan het meer in de tuin liep.
Daar konden we portretten en sieradenpotjes en een servies bewonderen. Dit alles in een ruimte in wit marmer: vloer en muren.
 
Daarna gingen we naar het oude gedeelte, dat ook gerenoveerd is.
De balzaal heeft een nieuwe vloer gekregen van een boom die in de tuin stond vóór het paleis.
 
Weer boven de grond leidde een trap ons naar de kamers van: Wilhelmina, Prins Hendrik, Bernard enz.
Ook hebben we de speelkamer van Wilhelmina gezien, daar stond alles in het klein, een wieg, bad een keuken en een zitkamer met poppen, heel erg leuk.
We gingen het hele paleis rond, in de gangen konden we de tuin bewonderen, helaas regende het, zodat het niet aangenaam was de tuin in te gaan.
 
Rond 13.00 uur kregen we honger dus op naar het restaurant. Er waren veel bezoekers, dus we moesten even wachten tot er een tafel vrij was.
Na de lunch hebben we nog enkele zalen bezocht met films over wat er in de geschiedenis gebeurd is.
Ook was er een mooie badkamer, maar daarvoor moest je wel lenig zijn, want je moet een trapje op en dan over de badrand in het water plonzen, er zal wel veel hulp geweest zijn.
  
Rond 16.00 uur gingen wij weer naar Breda. 
O, jé het regende. Truus vertelde ons dat we in de file stonden. We vonden het best en het gesprek ging verder. We hadden heel wat te bespreken. We hebben heel lang in de file gestaan en waren daardoor pas om ca. 19.00 uur in Breda.
 
Lydia v.d. Gun
 
 
 
VERSLAG VAN DE PRESENTATIE OVER DE BEZIELDE KUNSTENAARSDORPEN DOMBURG EN BERGEN BINNEN DOOR TOON VAN MIERT D.D. 11 OKTOBER
 
Onze gast Toon van Miert kwam ons ditmaal vertellen over 2 andere kunstenaarsdorpen, te weten Domburg en Bergen Binnen (Noord-Holland). Vorig jaar november belichtte hij al de kunstenaarsdorpen Deauville en Honfleur, nu besprak hij dus 2 andere Nederlandse bezielde kunstenaarsdorpen. 
Helaas weigerde zijn meegenomen laptop dienst op het moment suprême. Een van onze dames was zo attent om haar eigen laptop erbij te halen. Toon (ooit leraar) improviseerde direct door eerst dan maar over te stappen naar het blokje literatuur. Het was allemaal een beetje rommelig, maar onze dames pakten het goed op en luisterden naar Toon alsof het allemaal zo gepland was.
Gelukkig deed uiteindelijk zijn eigen apparatuur het na het blokje literatuur opeens wel en kon hij zijn verhaal zoals de bedoeling was voortzetten.
De rijke kunstgeschiedenis van Bergen is ontstaan doordat de toenmalige burgemeester Jan van Reenen duingebied in zijn bezit had en dat op enig moment verkocht aan rijke Amsterdammers.
Zo werd de grondslag gelegd voor een rijk dorp. Dit trok musici, kunstenaars, schilders en schrijvers aan. 
Bekende Bergenaren zijn Adriaan van Dis en A. Roland Holst (‘de Prins der Nederlandse Dichters’). Bekende schilders zijn Jan Toorop, dochter Charley en haar zoon Eddy Fernhout.
 
Leo Gestel is een andere bekende schilder en favoriet van Toon van Miert. Wilt u begrijpen waarom dat zo is, adviseer ik u zelf even zijn werk te bekijken op de computer.
Bergen huisvest een Volksuniversiteit en museum Kranenburgh dat schilderwerken van de zg. Bergense School in zijn bezit heeft, maar ook literatuur van bijv. Herman Gorter, Marga Minco en echtgenoot Bert Voeten, Adriaan van Dis, Joost Zwagerman, Lucebert en J.C. Bloem.
 
‘De Rustende Jager’ en ‘Het Huis van de Pilaren’ waren ontmoetingsplaatsen waar schrijvers en kunstenaars bijeen kwamen.
 
Voorbeelden van de Bergense School zijn: Piet v.d. Wijngaerdt, Arnout Colnot (Het Oude Hof), Else Berg en Mommie Schwarz (beiden jammerlijk omgekomen in Auschwitz), M. Wiegman en 
G.van Blaaderen. 
Een man die een belangrijke rol heeft gespeeld in deze periode en fervent verzamelaar was van kunst was mecenas Piet Boendermaker. 
Hij verzamelde duizenden schilderijen. Door de Krach en daardoor waardedaling van de schilderijen, begon hij veel weg te geven, maar veel van zijn verzamelde werken zijn nu nog te zien in het Alkmaars Museum. 
 
Sinds 1834 is badplaats Domburg een kuuroord voor sjieke Oost-Europese dames. Behalve dat Domburg een kuuroord was, woonde en werkte er ook een bekend fysiotherapeut: Johann Mezger. 
Met zijn ‘gouden duimen’ hielp hij velen van hun klachten af.  Zijn roem kwam ook keizerin Sissi ter ore en ook haar mocht hij tot zijn clientèle rekenen. 
Vanwege het floreren van dit dorp trok het ook kunstenaars aan.
F. Hart Nibbrig, de Toorop-dynastie (Jan, dochter Charley en haar zoon Eddy), Piet Mondriaan en Jacoba van Heemskerck zijn hier voorbeelden van. In het Tak van Poortvlietmuseum (zij was de vriendin van Jacoba van Heemskerck) zijn veel schilderijen van deze kunstenaars te zien.
 
Jan Toorop (geboren op Java in 1858) was getrouwd met de Engelse Annie Hall. 
Zij kregen een dochter, Charley, die ook een begaafd schilderes werd. Hij schilderde impressionistisch, maar ging via het pointillisme over tot het symbolisme. 
 
Charley (geboren te Katwijk 1891) ontwikkelde een eigen zakelijke stijl. Ook haar zoon Edgar geboren uit de relatie met Henk Fernhout, een filosoof die aan de drank raakte, had de schildertalenten van moeder, opa en oma geërfd, maar dat kwam pas uit de verf toen zijn moeder Charley overleed. Pas toen kon hij zijn eigen stijl gaan ontwikkelen.
 
In de Beurs van Berlage in Amsterdam in de hoofdingang zijn diverse keramische tableaus van de hand van Jan Toorop te zien: Verleden, Heden en Toekomst.
Binnen wordt de Geschiedenis van de Handel uitgebeeld: De Ruilhandel, De Tijd en Ideale werkzaamheden (bijbelvoorstellingen). 
Hij is ook de schilder van de affiche die hij voor de Delftse Slaolie maakte (de voorloper van Calvé). 
De poster was een voorbeeld van de Nederlandse Jugendstil. Erop te zien zijn vrouwen met wapperende haren. 
Hij bewonderde en schilderde ook de Italiaanse dictator Mussolini in de tijd dat hij nog orde en
rust predikte. 
 
Het was een enerverende middag die rommelig begon, maar waarvan we weer een hoop opgestoken hebben.
Ineke Badura
 
 
 
VERSLAG VAN DE LEZING OVER NOORD KOREA DOOR
MARC ROTH DD. 13 SEPTEMBER
 
De eerste gast die we in ons naseizoen ontvingen was Marc Roth uit Zutphen. Voortvarend liet hij ons kennismaken met het leven in Noord-Korea, althans het vermeende leven, want niets is zeker, want veel is onduidelijk en omgeven met mysterie.
Marc heeft een eigen reisorganisatie: Roth Spark Travel en is al enkele malen in Noord-Korea geweest.
Nu reisde hij samen met Nicholas Bonner (o.a. ook de gids van Floortje Dessing) af naar dit gesloten land vol mysteries.
 
Bij aankomst word je geconfronteerd met 20 meter hoge bronzen beelden van Kim Jung-un en zijn vader. Het is de bedoeling dat je buigt voor de beelden als je ze passeert. De beelden moeten compleet gefotografeerd worden!
Je wordt er altijd begeleid door 2 gidsen en 1 chauffeur. Van zelfstandig reizen is dus geen sprake. Men laat alleen zien wat men wil laten zien. Wijs je op een dorpje dat je ziet liggen in de verte en dat je graag zou zien, wordt daar niet op ingegaan.
 
Het land heeft 25 miljoen inwoners. Sinds 1948 is het een Democratische Republiek, maar heeft een nep-oppositie en een schijndemocratie.  
Het wordt geregeerd door de Koreaanse Arbeiderspartij en de Kim-dynastie, waarvan momenteel Kim Jung-un, de kleinzoon van de oprichter Kim Il-sung de eeuwige macht heeft. Het heeft het 4e grootste leger ter wereld! De ‘welvaart’ die er is, is volledig te danken aan China. De zwarte markt met China is heel groot. 
 
Zoals Marc vlot vertelde is alles wat je te zien krijgt geënsceneerd en vraag je je voortdurend af of het klopt met de werkelijkheid.
 
Voorbeelden te over: in de hoofdstad Pjongyang staan heel veel mooie appartementencomplexen maar of ze bewoond zijn is de vraag.
De binnenverlichting gaat bijv. tegelijk aan en uit. Boven zouden de jonge mensen wonen, beneden de ouderen. Dat komt omdat de lift nogal eens uitvalt. 
Logeren in een supermooi hotel waar jij de enige gast bent; er wordt volop reclame gemaakt voor auto’s maar er is maar 1 garage en bijv. ‘n 8-baans snelweg waarop hij slechts 9 auto’s telde.
Allemaal voorbeelden die de wenkbrauwen doen fronsen. Pyongyang wordt getransformeerd tot een ‘socialistische sprookjesstad’. 
Ook de bijzondere bouwwerken wekken bevreemding: een toren van 150 m. hoog met daarbovenop nog een 20 meter hoge vlam. Je gaat er met een lift naar boven en het bouwwerk is precies met 25.550 stenen gebouwd. 
Er staat ook een Arc de Triomphe, precies 11meter hoger dan ‘zijn kleine broertje’ in Parijs en gebouwd met 25.500 stenen. 
De Mass-games zijn spectaculair: 100.000 mensen voeren er een gymnastische, acrobatische uitvoering op, terwijl op de tribunes bordjes worden omgedraaid waarop levensgroot de afbeeldingen van Kim-Jung-un en zijn vader te zien zijn.
Verder kun je er de marathon lopen waarbij er langs de kant 70.000 mensen staan te klappen voor jou.
Volgens Marc mag je 5 km rennen als je maar binnen de 8 uur binnenkomt. Volgens de site moet je binnen 2 uur binnen zijn. De waarheid zal wel in het midden liggen.
Marc is ook nog in een ultramodern ski-resort geweest. Een Zwitsers (Kim Jung-un heeft gestudeerd in Zwitserland) dorp met pistes bestemd voor de elite van Noord-Korea. 
Maar ook daar waren geen mensen te zien.
 
Wonsan, een stad in het noorden van Noord-Korea heeft een nieuw vliegveld en een prachtig hotel, maar ook hier was hij weer alleen. Ook in het restaurant waren geen mensen te zien.
Op de borden van vertrekkende vluchten waren er maar 2 vermeld.
Het idee erachter zou zijn: wij zijn klaar voor als de toeristen komen. Er wordt gemikt op 10 miljoen, nu zijn dat er nog maar 5.000. Het is nergens te verifiëren, maar China zou alles financieren.
Voorlopig is Noord-Korea nog in lockdown. Officieel vanwege Covid (zij noemen het koorts). 
Het land staat onder sancties van de VN, onder andere vanwege hun kernenergieprogramma.
Het is mogelijk om naar Noord-Korea af te reizen, maar het moet wel gebeuren via China.
Rechtstreeks er naartoe vliegen is niet mogelijk.
Het is qua natuur een mooi land, maar daar ging het Marc niet om. Hij wilde ons vooral de ‘vermeende werkelijkheid’ laten zien.
We hebben het met verbazing gezien en er een hoop van opgestoken.
Ineke Badura
 
 
 
VERSLAG VAN DE 5-DAAGSE REIS NAAR BLANKENBERGE
 
Van 25 tot en met 29 september hebben we met 26 vrouwen een leuke vakantie gehad. Een goede sfeer en leuk om elkaar wat beter te leren kennen. Fijn om nu bij gezichten een naam te weten. Al meteen de eerste avond was voor mij even schrikken, mijn zoon belde, hij was gebeld door de politie in Blankenberge, mijn portemonnee was gevonden.
Ik had hem niet gebruikt en nog niet gemist. Rosalie is met mij mee gelopen naar het politiebureau en daar kreeg ik hem terug, met alles er nog in. Wat een eerlijke vinder.
 
We hebben veel gezien in deze vijf dagen. 
Het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk, waar Diny nog foto’s van haarzelf als kind vond. 
In Breskens het Visserijmuseum en in Ieper het Flanders Fieldsmuseum. Dit museum is helemaal gebaseerd op de Eerste Wereldoorlog. 
Sommige van ons hadden moeite om in het oorlogsgeweld terecht te komen en vonden wat ontspanning in een parkje en op een terras. Gelukkig was die ruimte er ook. 
 
Na het diner in een hotel verzamelden wij ons met honderden mensen bij de Menenpoort. Hier wordt al vanaf 1928, elke dag, de Eerste Wereldoorlog herdacht met het blazen van de Last Post. In Ieper zijn veel slachtoffers gevallen en die worden dus 95 jaar, elke dag herdacht. Indrukwekkend om deze ceremonie mee te maken.
 
Soms was het programma een beetje te vol gepland. We waren bv in het stadje Sluis, moesten daar een plek zoeken om te lunchen en daarna al snel door naar Knokke-Heist. Jammer want daar viel weinig te beleven terwijl Sluis erg interessant was. De laatste dag waren we in Antwerpen in het MAS, museum aan de stroom. Een indrukwekkend museum, niet alleen het gebouw, maar ook de inhoud was zeer de moeite waard.
 
De vakantie werd afgesloten in Bavel met een diner in de Korenmolen.
 
Hier werd de chauffeur bedankt en ook zijn meereizende echtgenote, die ons in de bus van drankjes voorzag, en natuurlijk Truus voor het organiseren van deze reis.
Het was een gezellige en leuke vakantie.
 
Hélène Friebel
 
 
 
 
VERSLAG VAN DE EXCURSIE DD. 28 JUNI NAAR ALPHEN AAN DE MAAS EN TILBURG
 
Deze keer met 41 deelneemsters op weg naar Alphen aan de Maas naar: Tingieterij ‘t Oude Ambacht.
Zoals altijd kregen we eerst koffie met gebak en aansluitend een uitleg over het proces van het tingieten. Tin wordt gevonden als erts in de grond, net als koper en goud.
Het tingieten is een uniek, bijna vergeten, ambacht. Het is lang heel populair geweest. Het bekendste bedrijf was Daalderop, waar veel tinnen apparaten werden gemaakt.
In een tijd van recessie is de fabriek gesloten en kwamen veel mensen op straat te staan.
De vader van de huidige eigenaar, Martijn van Zon, was echter zo gek op zijn werk dat hij een eigen bedrijfje is begonnen. Nu een goedlopend bedrijf dat ook de winnende schalen bij voetbaloverwinningen maakt. Ook Martijn was zo gegrepen door het proces van tingieten, dat hij ondanks een studie aan Avans Hogeschool, het bedrijf van zijn vader heeft overgenomen. Hij zal ons laten zien hoe hele proces van het tingieten in zijn werk gaat.
Hij gaat een vaasje maken en degene die een teken onder haar gebaksbordje vindt mag het mee naar huis nemen. An de Jong is de gelukkige.
Vervolgens wordt de groep gesplitst en krijgen we om de beurt het hele proces te zien.
Als het tin is gesmolten wordt er een platte ronde schijf van gemaakt, als een grammofoonplaat. Vervolgens wordt deze plaat met behulp van een ronddraaiend apparaat omgebogen tot een ronde vaas die met behulp van mallen steeds verder veranderd. 
Vervolgens wordt de vorm op een ander apparaat mooi glad gemaakt zodat alle kleine oneffenheden weg worden gewerkt. Het resultaat is verbluffend. Volgens ons was hij zo klaar maar nu werd de vaas in een bak met waterstofperoxide gedompeld om er helemaal zwart uit te komen. Dit riep verbaasde kreten op, maar door dit proces zou het beter beschermd zijn en werd daarna dus prachtig glimmend opgepoetst met een doek. Het eindresultaat was verbluffend en An kreeg hem keurig ingepakt mee naar huis.
 
Nadat beide groepen dit hadden gezien zijn we met de bus vertrokken naar Appeltern, waar we bij Moeke Mooren zijn gaan lunchen. 
Ook dit was weer een hele belevenis. Alleen al de weg er naartoe langs een dijk en over smalle weggetjes was prachtig. De lunch was ook geweldig. Bij een buffet kon iedereen zoveel eten als ze maar wilde en er was een uitgebreide keuze aan broodjes, drank en beleg. 
 
Tot nu toe was deze dag al helemaal geslaagd. Maar we hadden nog een bezoek aan  museum De Pont in Tilburg op het programma staan. 
Helaas, vertelde Truus ons op weg daar naar toe, was er een miscommunicatie ontstaan, er was geen gids beschikbaar. 
En dat was wel jammer. De expositie van Raphaela Vogel had wel wat uitleg kunnen gebruiken. Raphaela is een Duitse kunstenares die prikkelende vragen oproept over relaties tussen mensen, dieren en machines. Over het privilege van kunstenaars en over de positie van vrouwen in een door mannen gedomineerde wereld. Ze geeft geen antwoorden maar knoopt de vragen op onverwachte en humoristische manier aan elkaar.                
Een voorbeeld van haar kritische houding tegenover het patriarchaat  en de kunstwereld is: ‘Kunnen en Moeten’, een parade van giraffeskeletten die een anatomisch model van een piemel voorttrekken waarin aanwijzingen zitten van allerlei kwalen. 
 
Een ander bijzonder object is een knalgele Spitfire sportwagen met brandende koplampen op een brandende sokkel. De koplampen kijken rond maar vormen geen normale cirkels, alsof de auto kattenogen heeft die om zich heen kijken. 
 
Een andere speciale beleving is een lange rij met geprepareerde dierenhuiden, waarop zij allerlei teksten heeft geschreven over alles wat haar bezig houdt. Een met alles over muziek. 
Dierenhuiden zijn voor Vogel een belangrijke basisvoorziening voor haar schilderingen, samen vormen deze huiden met opschriften en tekeningen een soort mindmap van de kennis en interesses van de kunstenaar. 
Deze reikt van Marx tot paardendressuur en van jazzmuziek tot populaire cultuur. 
 
Voor veel van ons was het zo genoeg voor vandaag en troffen we elkaar in het café voor we weer naar huis reden. Mooi op tijd, rond 5 uur waren we in Breda. 
Het was voor Truus en mij fijn dat er zoveel positieve reacties kwamen over deze dag. 
Dank dames.
Hélène Friebel
 
 
 
 
VERSLAG VAN DE PRESENTATIE GEGEVEN DOOR
ROB VAN ECK OP DE VOORJAARSDAG D.D. 10 MEI JL. 
IN HET VAN DER VALKHOTEL PRINCEVILLE, BREDA
 
Nadat we ons tegoed hadden gedaan aan het heerlijke buffet dat de medewerkers van het Van der Valkhotel voor ons hadden verzorgd, konden we voldaan achteroverleunen voor de presentatie van Rob van Eck uit Doorwerth. 
Onderwerp was het werelderfgoed Unesco in Nederland : 10 + 2. 
Waarom deze kwalificatie? Wel, aanvankelijk waren er 10 erfgoederen aangewezen in Nederland. Later werden er daar nog 2 aan toegevoegd.
Best vervelend als je bedenkt dat hij zijn lezing toen al af had en het keurig tot 2 x 45 minuten had laten duren.  Om de toegevoegde 2 te becommentariëren moest hij alles weer opnieuw gaan rangschikken.
Een gelukje was dat hij kon profiteren van de tijd dat corona heerste. Uiteindelijk kwam alles natuurlijk goed.
Na een korte inleiding over de oprichting van Unesco in 1972 en de criteria waaraan Werelderfgoed moet voldoen liet hij ons de 
12 Werelderfgoederen zien. 
 
1) Als eerste kwam SCHOKLAND aan de beurt. Nu ingekapseld in de Noordoostpolder. Maar er was een tijd, dat Schokland een eiland was. Schokland staat symbool voor de geschiedenis van Nederland: water dat oprukt en armoede. Er liggen nog veel archeologische schatten, want het is lang bewoond geweest. ’s Zomers verdiende men zijn geld met de visserij, maar er was geen ruimte voor landbouwgrond. In 1859 is het eiland ontruimd wegens grote armoede en uiteindelijk opgenomen in de nieuw gevormde Noordoostpolder.
 
2) DE KOLONIËN VAN WELDADIGHEID IN VEENHUIZEN (Drenthe).  In 1818 gesticht door Generaal Johannes van den Bosch. Doel was om bedelarij en landloperij ten gevolge van mislukte oogsten tegen te gaan. Elke opgepakte persoon kreeg in Veenhuizen huisvesting, scholing en werk en werd heropgevoed. Sinds 1970 leven er geen ‘verpleegden’ meer.
 
3) DROOGMAKERIJ DE BEEMSTER. Begin 17e eeuw is de Beemster nog een groot meer in de provincie Noord-Holland. In 1607 wordt een vergunning afgegeven om de Beemster droog te leggen.
Er wordt een dijk van 42 kilometer omheen gelegd en met 43 windmolens wordt de Beemster leeggepompt. De bekende ingenieur Leeghwater is mede verantwoordelijk voor de aanleg van dijk en molens. Er worden wegen aangelegd, sloten gegraven en stolpboerderijen gebouwd, alles volgens een strak geometrisch patroon. De Beemster staat symbool voor de winning van grond en is daarmee een symbool geworden voor Nederland.
 
4) RIETVELD SCHRÖDERHUIS IN UTRECHT. Gerrit Rietveld was een Nederlands architect en meubelmaker en lid van De Stijl. Hij was een pionier van het nieuwe bouwen. Na de scheiding van zijn eerste vrouw kwam de weduwe Truus Schröder, een binnenhuisarchitecte, in zijn leven. Zij gaf in 1924 Rietveld de opdracht een huis voor haar gezin te bouwen. Het werd een bijzonder huis met veel ramen, elektriciteit en stromend water. De kamers kunnen heel ingenieus van woon- naar slaapkamer worden omgebouwd. Er ontstond een langdurige relatie tussen Rietveld en Schröder. Zijn architectenbureau was ook gevestigd in dit huis van 1924 tot 1933. 
 
5) MOLENCOMPLEX KINDERDIJK. Midden 18e eeuw tussen 1738 en 1740 gebouwd à raison van f 10.000,- per molen. De 19 molens die er nu nog steeds staan waren bedoeld om Kinderdijk tegen het water te beschermen. In 1886 was het de eerste plaats die een elektrische voorziening had. De elektriciteit werd opgewekt door de eerste elektrische centrale van Nederland. Ter versterking van de pompcapaciteit werden in 1868 2 stoomgemalen gebouwd. Eén bestaat er nog steeds (het gemaal Wisboom), maar is voorzien van een elektrisch opvoerwerktuig. Vanaf 1950 is de functie van de molens overgenomen door een aantal gemalen. 
 
6) GRACHTENGORDEL VAN AMSTERDAM – 17E EEUW. 
Eind 11e eeuw werd Amsterdam (toen nog genoemd Aemstelredamme) gesticht door een dam in de Amstel te bouwen. In 1275 wordt Amsterdam genoemd in een document opgesteld door Graaf Floris V. Rond 1300 verkreeg Amsterdam stadsrechten. Amsterdam is een echte handelsstad en groeit snel, zo snel dat het ‘uitgelegd’ moet worden. Niet 1 maar 4 keer wordt Amsterdam uitgebreid. De 1e maal gebeurt dat in 1578. In 1613 tijdens het Twaalfjarig Bestand begint de bouw van de grachtengordel. Herengracht, Keizersgracht en Prinsengracht worden aangelegd. Rond 1680 worden de Nieuwe Herengracht, de Nieuwe Prinsengracht en de Nieuwe Keizersgracht gebouwd. Bouwmeester Hendrik de Keyser bouwde de Wester- en Zuiderkerk. Huis Bartolotti uit 1617 is nog steeds te bewonderen, mooi van buiten maar ook van binnen een plaatje. Nader te bekijken op Museumhuizen.nl.
Vanaf 1663 werd de grachtengordel uitgebreid en werden er dubbele kavels van 1000 m2 verkocht, bedoeld voor de puissant rijke inwoners van Amsterdam. Een kavel kostte f 8.000,--.
Op deze kavels lieten de welgestelden door de architecten Dordtsman en Vinebone huizen bouwen met classicistische gevels, bordessen, koetshuizen, gestuukte plafonds, marmeren gangen, beschilderd behang en barokke tuinen. Ook het Stadhuis op de Dam (gebouwd tussen 1648 en 1665) is een voorbeeld van Hollands classicisme evenals het Scheepvaartmuseum.
 
7) DE STELLING VAN AMSTERDAM. Tot 1996 stond de Stelling van Amsterdam alleen op de Unesco Werelderfgoedlijst. In juli 2021 werd die uitgebreid met de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Nederland voerde in de 17e eeuw, ook wel de Gouden Eeuw genoemd, een enorme handel overzee. 
 
Dat wekte jaloezie op bij de buurlanden. In 1672 (ook wel het Rampjaar genoemd) kwam dat ons duur te staan.  De Fransen rukten op vanuit het Zuiden om Nederland een lesje te leren en tegelijkertijd kwam vanuit het Westen ‘Bommen Berend’ (de bisschop van Münster) met een heel leger. De paniek was groot. Om alle ongewenste lieden tegen te houden werd een unieke oplossing bedacht: de Hollandse Waterlinie, later versterkt met forten. De dijken die ons land altijd al moesten beschermen tegen het water, werden pardoes doorgestoken zodat de polders volliepen met water waardoor het de vijand onmogelijk werd gemaakt om met hun paarden door te stoten en niet hun opdracht kon uitvoeren, namelijk het veroveren van belangrijke steden. Op deze ingenieuze manier werd de vijand tegengehouden en de bevolking gespaard.
 
8) VAN NELLE gevestigd in ROTTERDAM. 
Sinds 2014 vermeld op de Unesco Werelderfgoedlijst.
Het geldt als het belangrijkste industriële monument in Nederland. De oorspronkelijke functie was een fabriek voor verwerking en verpakking van tabak, koffie en thee. Het complex bestaat uit gebouwen met gevels van voornamelijk staal en glas. Open naar buiten toe en het daglicht bracht aangename werkomstandigheden. In 1995 valt het besluit om alle productie in de Van Nellefabriek te stoppen.
 
9) HET IR. D.F. WOUDAGEMAAL in LEMMER. Het gemaal is gebouwd in de Amsterdamse Schoolstijl in 1920. Sinds 1998 op de Werelderfgoedlijst van Unesco vermeld. Het is het grootste nog functionerende stoomgemaal ter wereld. Het gemaal wordt nog steeds ingezet bij te hoge waterstanden. Het is in staat om 4.000 km3 water per minuut weg te pompen. Aanvankelijk werkte het op steenkool om stoom te verkrijgen. Vanaf 1967 gebruikt men olie. Met een aanlooptijd van 6 uur is het gemaal gebruiksklaar. Sinds 2011 is er een bezoekerscentrum gevestigd.
 
10) NEDER-GERMAANSE LIMES (verdedigingslinie) was een noordelijke grens van het Romeinse Rijk. De grens liep langs de Rijn. De grenslijn is 150 kilometer lang en loopt van Katwijk aan Zee tot aan Spijk naar Xanten. 250 jaar lang werd handel gedreven met de Romeinen. De Germanen versloegen het Romeinse leger en rond 275 waren alle forten verlaten. In 410 verslaan de Barbaren de Romeinen en eindigt de Romeinse Tijd. Castellum Hoge Woerd is de naam van een gereconstrueerd Romeins fort in De Meern.
Het was een van de forten langs de noordgrens, de limes van het Romeinse Rijk. Het huisvest onder meer het archeologisch Museum Hoge Woerd.
 
11) DE WADDENZEE. De Waddenzee is ’s werelds grootste aaneengesloten systeem van zand- en moddervlakten die droogvallen tijdens eb. Het gebied beslaat niet alleen Nederland, maar loopt ook door tot in Duitsland en Denemarken. Aanvankelijk zou er sprake geweest zijn van Vadum (doorwaadbare plaats). De Friezen zeggen nog Waadzee omdat je er doorheen kunt lopen bij eb.
 
12) CURAÇAO, WILLEMSTAD EN HISTORISCHE HAVEN. 
De Nederlanders vestigden in 1634 een handelsnederzetting op Curaçao. De naam is waarschijnlijk samengesteld uit Caiquetios (1e Inheemse Groep) + Curar wat genezen betekent en het Portugese corazon (hart).
Peter Stuyvesant is de eerste gouverneur. Het verbouwen van fruit en mais mislukte, maar de winning van zout slaagde wel. Tevens was er een handel in slaven. Een bekende persoon afkomstig van Curaçao was George Maduro waar Madurodam naar genoemd is.
 
We hebben er zéker weer wat bij geleerd deze middag met dank aan Rob van Eck.
Ineke Badura
 
 
 
VERSLAG VAN DE EXCURSIE NAAR VALKENBURG DD. 26 APRIL JL.
 
Vanwege alle festiviteiten rond Koningsdag kon de bus niet op onze eerste opstapplaats komen. Maar dankzij Truus, die veel telefoontjes pleegde, kon iedereen met een auto bij de Poelewei komen. 
Op 1 plek na, was de bus helemaal vol. 
Met 48 vrouwen vertrokken we naar de Romeinse Katakomben in Valkenburg, een hele rit naar Zuid Limburg.
Het was goed weer en de reis verliep voorspoedig.
Zoals gebruikelijk begonnen we deze dag weer met koffie en heerlijke Limburgse vlaai. Precies tegenover het museum bij de Beeren. 
 
De groep werd verdeeld tussen drie gidsen die met ons de tocht door de grot gingen maken.
Maar eerst iets over het ontstaan van dit museum. De Tilburgse textielbaron Jan Diepen is de initiatiefnemer. Rond 1908 ontstond het idee om in de mergelgroeve in Valkenburg delen van de Romeinse Katakomben na te maken. Dat waren ondergrondse begraafplaatsen. 
De familie Diepen was zeer katholiek en had veel contact met priesters, ook in Rome, en waarschijnlijk daardoor geïnspireerd, besloot Jan om in de mergelgroeve een kopie te maken van delen van deze Katakomben.
 
Per groep kregen we een aantal lantaarns mee en gingen vervolgens de grot in. Die lantaarns waren hard nodig want het was een doolhof ondergronds en pikdonker. 
Onderweg vertelde de gids over het ontstaan van de Katakomben, o.a. dat de beroemde architect Pierre Cuijpers vanaf het begin betrokken was bij de plannen.       vervolg pagina 18 
We werden langs verschillende cryptes geleid, naar kamers met familiegraven, sommige soms met kleine graven voor kinderen. We zagen prachtige plafondschilderingen, kapellen met veel symbolische afbeeldingen.
Ik heb geprobeerd er enkele te fotograferen. Marmeren beelden o.a. een beeld van de martelares St. Cecilia. Het is ondoenlijk om alles te beschrijven wat er te zien was maar ook het gevoel om daar te lopen onder de grond. Op een plek die in de oorlog is gebruikt om te schuilen tegen aanvallen en bombardementen.
 
Zowel de gids als wij waren enthousiast over de rondleiding. Hij omdat wij zo belangstellend en geïnteresseerd waren en wij vanwege zijn enorme kennis en prettige manier van vertellen.
 
Na de rondleidingen ontmoetten we elkaar weer bij de Beeren waar we een lekkere lunch kregen. Het was ook gezellig om even na te praten over deze bijzondere excursie.
Rond 14.30 uur verzamelden we bij de bus en waren rond 17.20 uur weer in Breda.
 
Het was een fijne , leerzame dag.
Hélène Friebel
 
 
 
VERSLAG VAN DE LEZING DD. 12 APRIL 2023 DOOR RALF BODELIER
 
Onderwerp: Van Jeruzalem (Israël) naar Bouillion in de Ardennen (België)
 
Tijdens de corona-epidemie in 2021/2022 besloot Ralf de gok te wagen om vanuit Israël naar België te gaan lopen. Een afstand van meer dan 4500 km. Door de corona-epidemie heeft hij wel verschillende onderbrekingen gehad. Maar in totaal heeft hij wel één jaar gelopen. “Verlicht wandelen” was de opgave die hij zichzelf stelde. 
Hij wilde mensen ontmoeten en hun verhalen aanhoren in die 10 verschillende landen waar hij doorheen wandelde. Verschillende landen met verschillende godsdiensten/geloven.
Op 19-12-2021 begon hij aan zijn Pelgrimage. Bepakt met het hoognodige maar toch wel zo’n 8,5 kg bagage. Waaronder zijn laptop en 2 paspoorten op verschillende plaatsen opgeborgen.
 
Allereerst kregen wij een stukje geschiedenisles van Ralf: Wie was de kruisvaarder Godfried van Bouillon? 
Paus Urbanus vond in 1096 dat er iets moest gebeuren in Jeruzalem. 
Het graf van Jezus werd daar al 1000 jaar door de moslims beheerd. Hij vond dat dit niet langer meer kon. De Islamieten hadden o.a. de altaren besmeurd met bloed en de Christenen gegeseld en gemarteld etc.
Daarom stuurde hij G.v.B. met zijn leger in 1096 op kruistocht naar Jeruzalem. Maar zijn leger begon al te moorden in het Rijnlandgebied. Zij vermoordden daar de Joden omdat die Jezus hadden vermoord. Onderweg werd zijn leger aangevallen door de moslims die om die reden ook maar werden vermoord. Zijn kruisvaarders verdienden door die moordpartijen er “een volledige aflaat” door. De kruisvaarders hebben meer dan 1,5 miljoen mensen gedood in de drie jaar dat ze onderweg waren en veroorzaakten het grootste bloedbad van de Middeleeuwen.              
 
Zo werd Jeruzalem volledig uitgemoord. G.v.B. werd wel uitgeroepen tot beschermheer van het Heilige Graf. 
Ralf begon zijn tocht in Jeruzalem waar G.v.B. is begraven.
Daar zag Ralf dat ook veel moslims het H. Graf bezochten. Wij als Christenen hebben veel interesse in dat Graf, hoewel het beschamend is voor wat daar is gebeurd. Ook de moslims beseffen dat het ook een deel uitmaakt van hun geschiedenis. Om die reden besloot Ralf “verlicht” te gaan wandelen om vanuit het verstand de mensen en de dingen te benaderen. Iets opsteken van de wandeltocht dat was voor hem belangrijk. 
 
Vanaf Jeruzalem terug naar Bouillon.
Het was nu dus een vreedzame tocht door de glooiende heuvels van Israël, over de Palestijnse Westbank, door Cyprus, dwars door Turkije, de Balkan, Oostenrijk en Duitsland. Door 10 landen. Niemand heeft hem in die landen beroofd of bestolen!
 
Ralf schreef alles wat hij wekelijks op zijn tocht meemaakte o.a. in de Groene Amsterdammer. De lessen die hij onderweg leerde van de mensen die hij sprak heeft hij in 10 punten samengevat en met beelden en verhalen aan ons in zijn lezing besproken.
 
10. Dubbi en Ezekhiel
Een Iraakse man had een soldaat uit Egypte door zijn knie geschoten. Zij vertelden daarna hun levensverhalen aan Ralf en met knuffels hebben zij daarna afscheid genomen. De les: de zorg voor elkaar centraal stellen.
 
9. Arabische vrouwen
In een restaurant waren vrouwen aan het feesten en nodigden Ralf uit om mee te feesten. Daar leerde Ralf dat hij vergat wat de vrouwen “deden”
maar wat hij nooit zal vergeten is wat de vrouwen hem lieten “voelen” op dat feest.
 
8. Hassan de koffie-tenthouder
(alle koffie voor Ralf gratis)
Hassan overleefde de Israëlische beschietingen en hij veroordeelde de mensen niet. Alleen degenen die hem dit hadden aangedaan. 
De les: “Geen ras is superieur, geen geloof is superieur en alle vooroordelen zijn verkeerd.
Alleen racisten maken die onjuiste en verkeerde meningen”.
 
7. Sahar in Tripoli
Ralf ontmoette de vrouw Sahar in het conservatieve Tripolie in een koffieshop voor o.a. homo’s. Zij wilde een westerse koffieshop ontwikkelen met uitleen van boeken en het organiseren van acties. Zo probeerde zij de bevolking te activeren. Zij moest om die reden de koffieshop sluiten. Zij leerde mij: “dat moed niet is de afwezigheid van angst maar het overwinnen van die angst”.
 
 
6. Turkije
In de plaats Karaman was er een Ned.-Turkse vereniging van een groep Turken die in de jaren vijftig e.v. in de Nederlandse industrie hadden gewerkt. Zij spraken in die vereniging vaak in het Nederlands en hadden er ook een monument voor opgericht. Daar leerde Ralf: “je voelt je niet zozeer thuis waar je woont maar vooral waar de mensen je verstaan”.
 
5. Belgische vrienden
Tijdens zijn tocht ontmoette Ralf  “Belgen”. Van hen leerde hij: “Rijkdom bestaat niet uit het hebben van veel bezittingen, maar uit het hebben van weinig behoeften”.
 
4. Bulgarije 
In Bulgarije ontmoette Ralf, Spamenka, een vrouw die in het Esperanto boeken schreef. Zij probeerde deze taal tot wereldtaal te maken en stelde: “de grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld”.
 
3. Oostenrijk
In een bushokje ontmoette Ralf de dame Juliane. Haar vader was in Stalingrad tijdens de oorlog gestorven. Ralf heeft daar een heel lang verhaal bij verteld.
Haar levensles was: “Lange wegen worden minder eentonig door te zingen”. 
 
2. Duitsland
In Duitsland ontmoette hij Britta in haar Bed en Breakfast. Zij liet alle deuren van de kamers open staan. Haar slogan was: “de beste manier om te ondervinden of je iemand kunt vertrouwen is door hem te vertrouwen”.
 
1.Servië
De moeder van Julia begon met Ralf een z.g. praatje te maken. Al haar kinderen waren uit het dorp vertrokken en nu woonde er alleen nog maar oude eenzame vrouwen. Haar les: “Verschiebe nicht auf morgen was du heute kannst besorgen“.
In Bulgarije ontdekte Ralf alleen overwoekerde boerderijen. In 1989 verloor het 2 van zijn 9 miljoen inwoners en daardoor is het land vreselijk in verval geraakt.
 
En zo kwam Ralf na ruim 2 jaar en vele indrukken rijker aan in de plaats Bouillon (België).
Nog wat weetjes die Ralf tussendoor vertelde:
In 1950 stierf in Turkije 25% van de kinderen en ging er maar 50% naar school. De regering heeft niet alleen de kindersterfte terug gebracht maar ook alle kinderen gaan nu naar school.
In Libanon worden geen mensen toegelaten die ooit in Israël zijn geweest.
Dat Ralf zelf reizen organiseert en begeleid.
 
Hoewel de lezing wat onrustig begon met de 63 dames die aanwezig waren werd het doodstil in de zaal toen Ralf begon te vertellen en zonder pauze ons 90 minuten heeft weten te boeien. Netty begon er haar voorwoord mee in het maandbericht van mei en ik wil er graag dit verslag mee afsluiten “Wat een spreker is die man “.
 
Ida Clarijs.
 
 
 
 
VERSLAG VAN HET BEZOEK VAN GUUS EN MARTINA REINARTZ D.D. 8 MAART MET ALS ONDERWERP MAROKKO
 
Tja, waar moet je beginnen als je Guus en Martina Reinartz te gast hebt.  Op de hun bekende, bijna poëtische wijze kwamen ze over hun reis naar Marokko vertellen. Dat verhaal illustreerden ze met vele fantastische foto’s waar ze een prachtige diavoorstelling van maakten.
Ze gaven Marokko de ondertiteling : Parel van de Atlas, een land vol contrasten.
 
Omdat het een zeer groot land is met vele bezienswaardigheden gaan ze er 2 diashows van maken.
Marokko kent 4 Koningssteden: Marrakesh, Meknès, Fes en Rabat.
Heerser Mulai (1645-1727) maakte van Meknès de hoofdstad. 
De toenmalige monarchie is nog zichtbaar aan de paleizen en moskeeën. In de tijd dat ze gebouwd werden staken ze Versailles al naar de kroon.
 
Op naar Chefchaouen uit 1471, oftewel het blauwe stadje. Het ligt in het Rifgebergte in het noordoosten tegen de Spaanse grens aan. Er wordt veel Spaans gesproken. De kleur blauw houdt vliegen en muggen op afstand en het straalt rust en harmonie uit.
De grootste havenstad Tanger wordt getoond met z’n kashba. Kashba is een oud stadsdeel, oorspronkelijk ommuurd ter bescherming van zijn bewoners. Het bestaat uit een moeilijk te doorgronden doolhof van smalle straatjes. 
Diverse steden en dorpjes worden getoond, waarbij de steden zich kenmerken door de drukte van de souks; de markt waar het een drukte van belang is en waar nog vele ambachten uitgevoerd worden. 
Een keur van specerijen, kleden, huisraad etc. laat Guus ons zien, alles in de mooiste kleuren. 
Muilezels zijn hier nog erg belangrijk om alles te vervoeren.
Aan het eind toont Guus ons het dorpje Merzouga aan de rand van de Erg Chebbi Woestijn. Het wordt omringd door enorme torenhoge zandduinen van de Sahara. 
Je kunt een kamelentocht door de woestijn maken. De vroegere handelskaravanen zijn inmiddels veranderd in toeristenkaravanen. Omdat het er pikdonker is zijn er ’s nachts met het blote oog enorme sterrenhemels te bewonderen.
 
Op het moment van dit schrijven zijn Guus en Martina alweer in Marokko voor een volgende rapportage. Ongetwijfeld komen ze weer terug met prachtige opnames, waarbij het ook de bedoeling is dat er deze keer gebruik wordt gemaakt van drones. Eerdere verzoeken waren steeds afgewezen, maar wie weet lukt het ze deze keer wel.
Dat zou Marokko nog meer tot z’n recht laten komen. 
 
Het is te moeilijk om hun hele presentatie van het land samen te vatten. Je moet het echt gezien en geroken hebben, dus mocht er iemand belangstelling hebben neem dan contact op met Maroc Travel in De Zilk. Deze tip gaf Martina me nog mee aan het eind van hun bezoek. 
Ineke Badura
 
 
 
 
VERSLAG VAN DE EXCURSIE DD. 1 MAART NAAR HET KEMPENMUSEUM, DE ACHT ZALIGHEDEN, IN EERSEL 
 
Met een bus vol met 51 dames vertrokken we om 8.30 uur uit Breda naar Eersel. De zon scheen en de stemming was goed. Precies om 10.00 uur kwamen we aan en werden gastvrij ontvangen met koffie en een punt vlaai. De ruimte was bijna te klein voor deze grote groep maar het bleek geen probleem te zijn. Een van de 100 vrijwilligers ging op een stoel staan en overzag zo het geheel. Hij legde ons uit hoe het museum tot stand is gekomen, wat er te zien is en welke activiteiten er plaatsvinden.
 
Het museum is gevestigd in een langgevelboerderij en dateert uit ca. 1890. Dit was een typische bouwstijl in de Kempen. Dit gebouw was tot 1974 in gebruik als boerenbedrijf. In 1979 is de Stichting Museum De Acht Zaligheden opgericht. De naam is ontleend aan de 8 dorpjes in de Kempen waarvan de naam eindigt op sel zoals Eersel, Duisel, Hulsel en Netersel enz.
Het museum laat het leven zien van de arme Kempische keuterboer in de periode 1850 - 1950. De zogenaamde contente mens. 
 
In twee groepen worden we rondgeleid en zien oude ambachten: sigaren maken, iemand die  zit te kantklossen, een vrouw in oude klederdracht die zit te weven.
In verschillende ruimtes kun je oude gereedschappen bekijken. Buiten kun je oudhollandse spelen zien en spelen en wandelen in de kruidentuin.
 
Er is een oud schoolklasje ingericht en je kunt in de Herd, de opkamer en de goeikamer kijken. In de binnenschuur is een vaste tentoonstelling te zien en op een andere plek wisseltentoonstellingen.
Een interessante omgeving om rond te kijken en te genieten van alles wat bewaard is gebleven.
 
Na de lunch wacht ons nog de smokkelroute. 
In de Kempen is vroeger veel de grens met België overgesmokkeld. In de bus zat ook weer een gids die ons veel smakelijke verhalen wist te vertellen. 
Bv. over de teuten, dat waren de meer welvarende mensen die een eigen bedrijfje hadden. Je had bv. textielteuten, maar ook haarteuten, vrouwen lieten hun haren groeien in lange vlechten en die werden afgeknipt en weer verkocht. De naam teut komt nog op verschillende plekken terug bv. bij een molen die nog teut in zijn naam heeft staan.
De route gaat door het bosgebied waar vooral dennenbomen staan en op een gegeven moment waarschuwt de gids dat we bij de Belgische grens komen en dat daar soms nog douanes staan. 
 
En ja hoor, daar komen uit het bos 2 klassieke douaniers. De bus wordt aangehouden en ze stappen de bus in. Een van hen loopt meteen door naar achter en de ander spreekt ons zeer ernstig toe: “Ja, jullie lachen nu wel maar dat zal jullie zo wel vergaan.” 
 
De eerste man komt met een dame naar voren en neemt haar mee het bos in terwijl de ander ons vertelt dat ze zojuist een smokkelaar hebben betrapt met een heleboel jenever.
 
Wij moeten allemaal uitstappen (voor zover dat makkelijk gaat) om te proeven of dit spul nog verkoopbaar is. Dan staan daar enkele vrijwilligers uit het museum met een tafeltje vol glaasjes brandenwijn met suiker. 
Ook Riet, die was meegenomen, staat daar met een glas in de hand. Het was een komische situatie en iedereen dronk mee. Er was appelsap als men geen alcohol wilde drinken. 
De dames in de bus kregen het netjes op een dienblad aangedragen.
Het was een geweldig leuke act die niemand had zien aankomen.
 
Daarna reden we terug naar het museum om nog snel een toilet te bezoeken en waren we rond half zes weer in Breda. 
Veel waarderende opmerkingen voor deze verrassend leuke excursie.
Hélène Friebel
 
 
 
VERSLAG VAN DE LEZING VAN AREND BOLT dd. 14 februari   
Onderwerp was de plastic soep
 
Na de vlotjes verlopen jaarvergadering kreeg gast Arend Bolt het woord. Hij gaf ons een verontrustend beeld van de toegenomen hoeveelheid zwerfplastic, zowel op land als in zee.
 
Arend Bolt heeft in Twente chemische technologie gestudeerd en heeft 32 jaar gewerkt voor Van Gansewinkel. In 2010 voer hij mee met het wetenschappelijk onderzoeksschip The Beagle voor onderzoek naar plastic afval dat zich op dat moment bevond in de Indische Oceaan. De tocht liep van Perth (Australië) naar Mauritius en werd nog onderbroken door cycloon Imani. 
Tijdens hun reis werd er 12 x gevist op plastic.
Het ‘plastic aanvalsteam’ bestond uit 3 personen.  
Ook baggermaatschappij Boskalis voer mee om het plastic uit zee te halen.
Met behulp van scanapparatuur, grote netten, een manta trawl (netsysteem voor het bemonsteren van het oppervlak van de oceaan) en een onderwatercamera deden ze hun werk.
Daarbij werden er diverse vissoorten gevangen en op plastic onderzocht.  Ook in een albatros werden plastic deeltjes en zelfs een tandenborstel aangetroffen.
In 1997 zette kapitein Charles Moore de plastic soep op de kaart. Ver van de bewoonde wereld midden in de Grote Oceaan trof hij in het water stukjes plastic aan, niet alleen drijvend, maar ook zwevend in het water. 
In 2007 was er nog sprake van weinig of geen grote stukken plastic met een grootte van 0,5  cm.
Op een oppervlakte van 8,6 miljoen km2 dreef 44.000 ton afval. Ruim 5 kg per km².
 
In 2018 dreef er op de Grote Oceaan al 80.000 ton plastic, ook grote stukken. 
 
Op een oppervlakte van 1,6 miljoen km² (= 3 x Frankrijk) lag inmiddels al 50 kg per km².
De North Pacific is het meest vervuild: 87.300 ton is daar gelokaliseerd.
In de Noordelijke IJszee drijft een deken van plastic dat via de Golfstroom wordt aangevoerd, afkomstig uit Europa en Noord Amerika.
 
Op 2 januari 2019 verloor MSC Zoe 345 containers afval bij de Waddeneilanden. De gevolgen zijn amper te overzien. Bijvoorbeeld de Albatros en de Noordse stormvogel pikken alles op wat ze zien. Met de warme golfstroom gaat het naar de ene kant en met de koude onderstroom gaat het weer zuidwaarts. Zowel kleine als grote vissen hebben plastic in hun maag, ook stukjes van weerballonnen of van huis-tuin- en keukenballonnen. 
 
De akelige voorbeelden stapelen zich op: in maart 2013 wordt 18 kg plastic touw, waterslangen, bloempotten + 59 stroken plastic in een potvis bij Granada gevonden. Er worden ook bekertjes en zelfs teenslippers in aangetroffen.
 
In Burkina Faso komt het plastic in de magen van de geiten terecht.
In 2018 gaan er in Nederland ten gevolge van het eten van blik dat in het gras ligt 400 koeien dood.
 
In shampoo en tandpastaverpakkingen zitten plastic korreltjes om het steviger te maken en dat komt vroeg of laat allemaal in zee terecht.
Ook tijdens het wassen van kleding gemaakt van polyester en fleece komen deeltjes plastic vrij.
Maar ook door slijtage van autobanden komt er per jaar 2.500 ton plastic vrij, alleen al in Nederland. Via het eten van vis en via het inademen van lucht komt het in ons lichaam terecht.
Nu de vraag: kunnen we nog van plastic af?
 
Het antwoord is duidelijk; Nee, dat kan dus niet meer.
Plastic zit bijvoorbeeld in mobieltjes, auto’s, vliegtuigen, brillenglazen, contactlenzen, isolatie van huizen (kabels), zonnepanelen, windmolens, kratten, condooms, spiraaltjes, in het glasvezelnetwerk, hygiënische verpakkingen en coronamiddelen. Allemaal zaken die onze maatschappij niet meer kan missen.
 
Plastic is ontdekt in de jaren 50 als vervanger van bakeliet. 40% wordt gebruikt voor verpakkingen, 20% zit in gebouwen (zoals pijpen, isolatie), 10% wordt gebruikt in de auto-industrie, elektronica, sport en huishoudelijke materialen en de landbouw gebruikt 30%. 
Er is een continue groei sinds de uitvinding. 
De laatste 10 jaar is er steeds meer plastic gebruikt dan in de jaren ervoor. En het wordt alleen maar meer.
 
Plastic is duurzaam en goedkoop; het is een zegen maar ook een vloek.
Plastic waait door de wind weg, komt in water en zinkt.
In 2019 verzamelden 200 vrijwilligers 77.000 stuks afval langs de oevers van Maas en Waal.
Heel veel plastic is afkomstig uit de visserij: boeien, netten. Koplopers zijn Japan, Indonesië, China. Korea en de V.S.
 
Nu de oplossing: er moet meer bewustwording komen over de gevolgen van het gebruiken van plastic. Bijv. kleding wassen: is het echt nodig om vaak en veel te wassen?
Er moet meer voorlichting op scholen komen en er moet betere wetgeving komen op nationaal en internationaal niveau. En het bedrijfsleven moet inzetten op recycling. 
Sinds 2001 is er al een verbod op rietjes, bestek, borden en wattenstaafjes.
 
Alle plastic moet in 2030 recyclebaar zijn en er komt belasting op niet gerecycled plastic.
Na 20 jaar discussie is er op 01-07-2022 statiegeld op plastic flessen ingevoerd; op 01-04-2023 komt er statiegeld op blikjes. 
 
Er zijn initiatieven om op te schonen: 
18-03-2022 was er een landelijke opruimdag, waarbij men vooral Red Bull en sigarettenpeuken vond. Op 16-09-2023 is de World Clean Up Day. 
 
Globaal gezien zijn er 1000 rivieren verantwoordelijk voor 80% van de vervuiling.
Opruimen wordt onder andere gedaan met de Intercepter die op 100% zonne-energie 50.000 kg per dag opvist. 
Ook de Great Bubble Barrier wordt ingezet. Dat is een belletjesscherm dat diagonaal op de stroming gelegd wordt en zo plastic verzamelt voordat het de zee op stroomt.
De Biesbosch wordt schoongemaakt, georganiseerd door Rijkswaterstaat. Stichting Noordzee maakt al 20 jaar de stranden schoon. 
Helaas heeft corona ook veel plastic gebracht wat nog steeds terug te vinden is in het milieu.
 
Het is bijna niet te geloven, maar er zijn 11 miljoen mensen actief met het opruimen van plastic en die er hun geld mee verdienen. Oud plastic wordt omgezet in bruikbaar plastic, bijv. flesjes voor Coca Cola (wel bruin) die op deze manier oneindig recyclebaar zijn. 
 
Tot slot: Nederlander
Boyan Slat ontwikkelde in 2018/2019 de Ocean Clean Up Delft en verzamelde op 3.000 km² al zo’n 200.000 kg plastic.
 
De conclusie is: we kunnen niet meer zonder plastic, maar zullen er verantwoordelijker mee om moeten leren gaan. 
Ik weet zeker dat wij dames ons steentje hier al aan bijdragen.
     
Ineke Badura
 
 
 
 
VERSLAG VAN HET OPTREDEN VAN PIANIST KLAAS BAKKER OP 11 JANUARI JL. IN GEMEENSCHAPSHUIS DE BLAKER
 
De gast die we tijdens onze nieuwjaarsbijeenkomst ontvingen,  was een soort van oude bekende: pianist Klaas Bakker. Twee keer eerder was hij bij ons te gast, beide in De Posthoorn waar we lange tijd bijeen kwamen. De titels van die programma’s waren: Midwinter en De Blauwe Donau.
 
Ditmaal had zijn programma de mooie titel Mijn muziek smaakt naar kabeljauw meegekregen, een uitspraak ooit gedaan door componist Edvard Grieg vanwege het feit dat hij zijn muziek hoofdzakelijk gecomponeerd had in de Noorse kustplaats Bergen waar hij geboren en getogen was (1843-1907). Bergen was en is nog steeds een echte vissersplaats.
 
De aanleiding van dit programma heeft z’n oorsprong in de succesreeks van Lucinda Riley: de Zeven Zussen. Voor wie niet bekend is met deze boeken een kleine uitleg: de reeks bestaat uit 7 boeken, elk opgedragen aan een geadopteerde dochter van de (nooit ‘tot leven gewekte’) adoptievader: Pa Salt (een anagram van Atlas).  Deze 7 geadopteerde dochters zijn genoemd naar de sterrengroep ‘De Pleiades’. 
Hun achternaam is het anagram van Pleiades, namelijk d’ Aplièse.
 
Het tweede boek uit deze reeks gaat over Ally. Schrijfster Lucinda Riley heeft heel ingenieus deze Ally verweven met het leven en werk van de Noorse componist Edvard Grieg waardoor het heel aannemelijk wordt dat het hele verhaal echt gebeurd zou kunnen zijn. 
 
Lucinda Riley heeft een hele stamboom opgetuigd waar de hoofdrolspeelster Ally er één van is en als zij (Ally) erin duikt blijkt ook Grieg een belangrijke rol in het verleden van haar familie te hebben gespeeld en de indruk wordt zelfs gewekt dat er nog een kind zou zijn verwekt door Grieg bij één van haar voorouders. 
 
Klaas Bakker heeft -zou je kunnen zeggen- dit boek tot leven gewekt en het visueel gemaakt door middel van door hem zelf gemaakte filmpjes en foto’s van Bergen en dit alles verfraaid met muziek van Grieg die hij er zelf met zijn keyboard bij ten gehore bracht. 
Zo legde hij eigenlijk de nadruk op het leven en werk van Grieg. Hij vertelde dat deze componist van oorsprong Schots was en Greig heette. Na emigratie is de naam Greig in Grieg veranderd, omdat de Noren het zo uitspraken. 
Het was eigenlijk de bedoeling van Grieg geweest om dominee te worden, hij bleek echter uitzonderlijk muzikaal (moeder was  pianolerares) en op voorstel van dichter Olaf Bull vertrok hij naar Leipzig – dé muziekstad en tevens universiteitsstad -  voor een muzikale opleiding. Hij trouwde met zijn 24 jaar jongere nicht Nina Hagerup (1867-1907) die een verdienstelijk zangeres was. 
Naast oorspronkelijke filmbeelden van Grieg liet Klaas ons ook een filmpje met de krakkemikkige stem van Nina horen. Ze hadden samen één dochter, Alexandra, die helaas amper 1 jaar oud aan meningitis overleed. 
 
Klaas liet ons diverse werken van Grieg horen, een walsje, een wiegelied en muziek geïnspireerd op de natuur. Het belangrijkste werk van hem is echter Peer Gynt. Een drama geschreven door toneelschrijver Henrik Ibsen waarop Grieg de muziek geschreven heeft. 
Verder vertelde Klaas ons over een bootramp die op 20 april 1944 plaatsvond voor de kust van het plaatsje Bergen. Het betrof een Nederlandse boot (met de profetische naam De Voorbode) geladen met explosieven bedoeld om de Duitse bezetter te treffen. Het schip ontplofte echter en verwoestte daardoor een groot deel van Bergen.  Ook het geboortehuis van Grieg ging daarbij verloren.
 
Grieg had een slechte gezondheid wat hem steeds meer parten ging spelen. Hij liet in Bergen hoog boven op een rots die steil naar de fjord afhelt een groot landhuis bouwen genaamd Troldhaugen. 
Daar was het echtpaar Grieg vooral ’s zomers te vinden. ’s Winters waren hij en z’n vrouw meestal op reis.
Het is te bezichtigen als museum en het interieur is nog grotendeels hetzelfde gebleven. Ook zijn piano staat er nog met zijn pianokruk. Daar ligt een dik boek op omdat Grieg slechts
1.52 m. mat.  Hij schijnt niet erg gevonden te hebben dat hij zo klein was, maar er zijn desalniettemin vooral foto’s van hem beschikbaar waarop hij zittend te zien is.
Een weetje over Grieg is dat hij zéér veel last had van zenuwen en van ziekelijke heimwee.
Hij had altijd een kikkertje als amulet bij zich dat hij opwreef voordat hij het toneel opging in de hoop er kracht aan te kunnen ontlenen.
 
Klaas speelt nog een stuk met thema ‘heimwee’ met op de achtergrond Villa Troldhaugen en eindigt met Solveigs wiegelied uit Peer Gynt.
 
Het was een geslaagde middag, op een originele manier ingevuld door Klaas Bakker.
 
Ineke Badura
 
 
 
 
VERSLAG VAN DE KERSTVIERING 
 
Op 14 december jl. hebben we een hele mooie en fijne Kerstmiddag gehad met 75 vrouwen van ons netwerk in Breda. Al bij binnenkomst kwamen we meteen in de stemming. De zaal was heel feestelijk versierd en we zaten in groepjes aan ronde tafels, zodat we goed met elkaar konden praten. Op tafel stond voor elk van ons een leuke attentie naast het bord en bij de koffie of thee een stukje banket.
Persoonlijk vind ik het leuk om steeds nieuwe mensen te leren kennen, en dat was ook nu weer het geval.
 
Na het welkom van onze voorzitter Netty, kregen we een leuk en gevarieerd optreden van Hans van Gorp, een troubadour. 
Hij stelde zichzelf voor: geboren in Asten en al levenslang zanger. 
Aan de hand van allerlei anekdotes over zijn jeugd  praatte hij de liedjes aan elkaar. Voor de pauze zong hij met zijn prettige stem, kerstliedjes uit verschillende  landen. Soms door hem vertaald in het Brabants. Soms in de authentieke taal.
 
Het was veel te snel pauze, want we genoten van de muziek. Maar terwijl we pauzeerden kregen we een drankje naar keuze aangeboden en mochten we liedjes aanvragen voor na de pauze. 
Maar eerst was er de loterij. Er waren veel prijzen en ook veel lootjes verkocht. Het was spannend en leuk. Enkele dames wisten zelfs meerdere prijzen te winnen.
 
Na de pauze werden de gekozen liedjes gezongen, te beginnen met : de herdertjes lagen bij nachten…. Het repertoire was nu afwisselend, vrolijk, ontroerend en ook feest der herkenning. 
 
 
Een aantal van de gekozen liedjes: Halleluja van Leonard Cohen, Suzanne van dezelfde componist maar later gezongen door Herman van Veen. Het dorp, bekend geworden door Wim Sonneveld, een mooi Engels lied: Scarborough Fair. Feest der herkenning voor enkele leden, die dit lied met hun koor hadden gezongen.
Ook Robert Long kwam voorbij en Boudewijn de Groot. Het was ook fijn om af en toe mee te zingen. Kortom het was een geslaagde middag. 
 
Ook het buffet dat daarna volgde was een succes, lekker en meer dan genoeg. 
Tenslotte werd de middag (intussen avond) afgesloten met een woord van dank en een bloemstuk voor Truus v.d Hazelkamp en Gerry Tomà.
 
Netty lichtte toe waarom Truus toch zeker een bloemetje verdiende. 
Truus had het bestuur in 2020 laten schrikken met de mededeling dat ze de excursies niet meer kon doen vanwege fysieke problemen. Wat nu? Wie zou het aandurven het van haar over te nemen. Het is toch een hele verantwoording om een excursie of reis te organiseren en met een bus vol oudere dames op stap te gaan. 
De coronatijd, hoe ernstig ook, hielp onbedoeld! Geen excursies mogelijk. Truus werd inmiddels geopereerd, revalidatie volgde en door haar doorzettingsvermogen ging de genezing voorspoedig. De uitgestelde excursie door corona in maart 2020 ging uiteindelijk door in april 2022. De ideeën hoe nu verder met de excursies konden in de ijskast, want Truus pakte haar taak als excursieleidster weer met enthousiasme op. 
 
Gerry Tomà werd bedankt voor de jarenlange bijdrage als assistente van Truus, het schrijven van de aankondigingen voor de excursies, gastvrouw zijn en zoeken naar “bordcadeautjes” bij het kerstdiner en vooral ook voor het overhalen van de adverteerders om weer een advertentie te plaatsen in ons maandbericht. Die inkomsten hebben we hard nodig.
 
Bij deze onze welgemeende dank aan het bestuur en alle vrijwilligers, die dit soort bijeenkomsten mogelijk maken en een mooi Kerstfeest gewenst en een voorspoedig 2023.
Hélène Friebel
 
 
 
VERSLAG VAN EXCURSIE NAAR WAALWIJK EN BERLICUM 
 
Op 30 november vertrokken we naar Waalwijk voor een bezoek aan het schoenenmuseum. De bus was weer goed vol met vrolijke dames maar niet zo’n vrolijke chauffeur deze keer. Er kon geen lachje af. 
Bij het museum was er niet voor iedereen een halve zool bij de koffie, dus kregen we daarvoor in de plaats een halve snee krentenbrood. Om het goed te maken wel een tweede kopje koffie.
Omdat we geen gids hadden ingehuurd ging iedereen op eigen gelegenheid  het museum bekijken. 
 
Waalwijk is van oudsher dé schoenenstad en dus hoort hier ook het schoenenmuseum thuis.
Verdeeld over drie verdiepingen vind je het kenniscentrum en het museum met natuurlijk veel aandacht voor de Langstraatse leerlooierijgeschiedenis. 
Er worden workshops gegeven: bv. ‘pimp je sneaker’. En er zijn studenten aan het werk om nieuwe schoenen te ontwerpen.
 
Aan de hand van informatieborden wordt het hele proces van het maken van een schoen uitgelegd en het zou waarschijnlijk nog interessanter zijn om dit met een gids te gaan bekijken. 
Op de bovenste verdieping vind je ook nog een bibliotheek en kun je veel extreme schoenen bekijken van kunstenaars en muzikanten. (foto’s op internet)
Aansluitend aan het bezoek aan het museum wandelden we naar eetcafé City. Een ruimte special voor ons ingericht met een vriendelijke ober, die ons een heerlijke lunch serveerde.
Iedereen genoot van een kopje soep, brood met kroket en salade.
 
Toen naar Berlicum, waar we strikt op tijd aanwezig moesten zijn bij de Kamelenmelkerij. Nou we waren zeker op tijd, want we moesten wachten op degene die ons alles ging vertellen.
 
Het was werkelijk interessant om de geschiedeis van deze onderneming te zien en te horen. De melkerij is opgericht in 2006 en is de enige Kamelenmelkerij in Europa. Wij kregen een duidelijke uitleg a.d.h.v. beelden waarop allereerst ter sprake kwam dat de kamelen die wij zagen maar één bult hadden. Bij ons dromedaris genoemd. Onder de verzamelnaam kameel vallen ook alpaca’s en lama’s. 
Vervolgens hebben we kennisgemaakt met de kamelen en werden we rondgeleid langs de diverse afdelingen waar de kamelen verblijven. 
De jongen mogen een paar weken bij de moeder blijven maar worden daarna apart gezet. We hoorden een jong steeds hard roepen om zijn/haar moeder en dat was hartverscheurend. 
Na de rondleiding werd er nog koffie/thee geschonken met cake en was er mogelijkheid om nog een flesje kamelenmelk, -zeep of -knuffel te kopen.
 
Het was een volle, maar ook interessante dag.
Hélène Friebel
 
 
 
VERSLAG VAN DE LEZING OVER  "BEZIELDE DORPEN IN FRANKRIJK EN BELGIE" 
Gepresenteerd door Toon van Miert op 9 november 2022
 
Wat moeten we ons voorstellen bij "Bezielde dorpen" en de kunstenaars die daar naar toe trokken en daar woonden? Toon van Miert vertelde ons er alles van als geboren spreker en oud-onderwijsman. Al zijn vakanties waren met “kunst” gelardeerd.
Het begon zo rond 1850 dat de denkers en vrijbuiters naar het platte land trokken. In die tijd van industrialisatie wilden de kunstenaars weg uit de steden. De natuur was een aantrekkelijke omgeving voor kunstenaars met kleine dorpen, bossen, vennen en slechts enkele huizen.
Barbizon was zo’n dorp met slechts enkele huizen. Het lag ca 60 km. ten zuidoosten van Parijs in de bossen van Fontainebleau. Een zekere schilder Corot zette daar een herberg op. De kunstenaars betaalden dan vaak hun eten en drank met hun “kunstwerken”. De herberg bestaat nog steeds, nu als hotel, en steeds trekken er veel kunstenaars naar toe om te schilderen in de ‘geest’ van de oude meesters.
In 1847 brak er in Parijs en in andere grote steden Europa een cholera- epidemie uit. De kunstenaars vertrokken ook om die reden naar het platteland en tevens omdat ze elkaar dan in hun kunstwerken konden beïnvloeden.
Enkele bekende schilders uit die tijd en het werk dat hun typeerde waren: 
Jean Baptiste Corot die schilderde vaak op geheugen, waardoor je een beetje “vreemde landschappen” kreeg. Hier namen latere schilders een voorbeeld aan.
 
Zoals bijvoorbeeld Claude Monet die zo het impressionisme introduceerde. 
 
Ook Feodor Roussau was een echte romantische natuurschilder. 
Jean François Millet schilderde aanvankelijk realistisch en later impressionistisch. Hij was heel arm en schilderde daarom ook “naakten” die hij goed kon verkopen in cafés. 
Hij was daarnaast ook een protest schilder die zich verzette tegen de elite. 
 
Vele schilders uit die tijd schilderden dezelfde taferelen zoals: de graanzoekers, de graanzaaiers en de man met landbouwgereedschap als de hak, de schop en de riek. 
 
Maar ook hebben veel schilders op het doek vastgelegd “het bidden van het angelus om 12 uur”.
 
Tegen het einde van de 19e eeuw was het gedaan met de kunstenaars in Barbizon maar nog steeds is het een toeristische streek met veel verschillende musea.
 
Dan het dorp Honfleur aan de monding van de rivier de Seine. 
Daar trokken de kunstenaars niet alleen naartoe vanwege de prachtige kust en het achterland maar ook voor het prachtige licht. 
Daar is ook het Impressionisme ontstaan. 
 
Zo was daar Bodin de eerste schilder die buiten ging schilderen en dan
vooral de wolken. 
Zijn schilderijen bestaan dan ook voor 2/3 deel uit luchten/wolken. 
                                                                                         
Na de pauze ging Toon van Miert in op meer Nederlandse en Belgische dorpen:
 
Sint-Martens-Latem, landelijk gelegen dorpje aan de Leye met 
6 musea. Dit dorpje was voor Emile Claus bijvoorbeeld een “schilderparadijs” en er werd geschilderd in de geest van Barbizon en met Claus kwamen ook de vrouwen aan bod omdat hij veel vrouwelijke leerlingen had. 
Een van zijn leerlingen Anna de Weert schilderde veel ‘bloementafereeltjes’. 
Typisch vrouwelijke kunst met weergave van de dagelijkse dingen en dat was ook weer nieuw. Het feit dat zij schilderde was al bijzonder te noemen in die tijd. Men dacht in die tijd nog dat vrouwen niet konden schilderen. Zowel fysiek als mentaal.
Bovendien was het toen “not done” om te werken. Toegang tot de kunstacademie hadden vrouwen toen niet. Pas in de jaren zeventig van de vorige eeuw mochten vrouwen naar de kunstacademie.
 
In de tijd van Emile Claus, die dus zelf veel vrouwen heeft opgeleid, kwam er door die schilderende vrouwen een nieuwe vorm van typische vrouwelijke kunst. Ze brachten de meer dagelijkse weergave van de dingen zoals die eerder genoemde bloementafereeltjes en de huiselijke tafereeltjes. De vrouwen mochten toen nog geen “naakten” schilderen dat kwam pas veel later en liepen dus zo een achterstand op. 
De vrouwenemancipatie heeft daar een einde aan gemaakt waardoor de vrouwen ook in de kunst volop meetellen. 
 
Een interessante tentoonstelling  over “de nieuwe vrouw” is op dit moment te zien in het Singer Museum in Laren.
 
Ook in Nederland zijn er “bezielde dorpen” waar we aan moeten denken zoals Domburg in de provincie Zeeland en Bergen in de provincie Noord-Holland. Daar wil Toon van Miert graag nog een andere keer over komen vertellen.
 
We hebben tijdens deze lezing weer veel mooie schilderwerken voorbij zien komen en ook veel afbeeldingen van de dorpen waarover gesproken werd. 
Onze voorzitter Netty Leunisse refereerde nog aan de lezing van 
14 september 2022 over Meyer de Haan. Daarin zagen we ook veel van deze dorpen voorbij komen.
 
Het was weer een gezellige middag waar 64 dames van hebben genoten.
Ida Clarijs.
 
 
 
VERSLAG VAN DE JUBILEUMMIDDAG 12 OKTOBER 2022
 
Op deze middag vierden we n.l. het 105 jarig bestaan van onze afdeling Breda van NVVH-VROUWENNETWERK met o.a. een lezing van mevrouw Klaasje Douma over de Brabantse Adel tussen 1813 en 1918. 
 
Bij binnenkomst kregen we het "jubileumboekje 110 jaar NVVH" vol met verhalen van de diverse afdelingen van de NVVH en ook een stukje geschiedenis over onze landelijke vereniging. 
De taartjes met ons verenigingslogo stonden al klaar en het geheel zag er gezellig uit.
 
Onze landelijke voorzitter Dieny Scheffer was ook aanwezig om  deze middag bij te wonen. Netty Leunisse heette ons allen welkom en in het bijzonder Ineke en Gerard die per 1-1-2023 stoppen als beheerders van de Blaker. Zij kregen van Netty bloemen uitgereikt.  
Tevens werden Cindy en Marco van Peer, voorgesteld als de nieuwe beheerders per 1-1-2023. Zij beloofden de Blaker op de oude voet voort te zetten.
 
Dieny Scheffer kreeg als eerste het woord en zij refereerde aan de titel van de lezing en het gegeven dat onze vereniging ook de titel "Koninklijke" mag voeren. Zij benadrukte tevens het belang van onze vereniging dat wij elkaar ‘ontmoeten’ en dat is meer dan iemand tegenkomen omdat wij elkaar dan ook ‘binnenlaten’. Een echte ontmoeting laat bij iedereen n.l. sporen na!! 
Voor elk bestuurslid van onze afdeling had zij een cadeautje meegebracht. 
 
Daarna begon de lezing van Klaasje Douma over de Brabantse Adel vanaf 1813, want voor deze datum was er de ‘oude adel’. 
Zij vertelde dat de Adel in 1813 opnieuw ontstond in de tijd van koning Willem I die de Staat der Nederlanden had ingericht met de Koning aan het hoofd. 
 
Daarna kwam de 1e Kamer der Staten Generaal die bijna geheel uit adel bestond. De leden van de 2e Kamer werden gekozen door de provincies en kende drie standen:
1. De stedelijke stand die bestond uit de belastingbetalers.
2. De districten.
3. De Ridderschap. (Dit was in feite ook de adel van voor 1813 die grote invloed had).
Een heel ingewikkeld netwerk dat in die tijd de regering uitmaakte en waarbij de gewone sterveling -man of vrouw- er niet aan te pas kwam. Principe: "ons soort mensen"!
 
Om in de adelstand te worden verheven moest je op de eerste plaats vermogend zijn. In die tijd meestal verkregen door vererving en huwelijk en veel netwerken hebben in de z.g. gegoede stand. 
En dat waren aanvankelijk alleen maar protestanten in de provincie Brabant en Limburg. Men was boven de rivieren bang om katholieken te benoemen in deze provincies, waardoor alle belangrijke functies werden vervuld door protestanten afkomstig van boven de rivieren. 
 
In 1939 heeft de laatste verheffing in de Adelstand plaatsgevonden.
In 1953 heeft de toenmalige Minister-President Dr. Drees besloten dat de adelstandverheffing achterwege moest blijven en pas in 1994 is besloten door het Historisch Instituut dat er geen adel meer bij mag komen. 
 
In de pauze werden we getrakteerd op een glaasje ‘bubbels’ en hebben wij met elkaar geproost op een lang bestaan van ons vrouwennetwerk. Op de tafels waren lekkere hapjes geplaatst door Ineke en Gerard. Op naar het 110 jarig bestaan van onze afdeling maar daar is wel een goed bestuur voor nodig. 
 
In dat bestuur is Netty onze voorzitter en al meer dan 15 jaar werkzaam. Ze werd deze middag dan ook terecht in het zonnetje gezet door Dolly voor al het werk dat ze voor onze afdeling Breda verricht. 
Ze kreeg naast een mooi bouquet bloemen ook de oorkonde: "lid van verdienste" voor haar jarenlange inzet voor onze afdeling. Netty van harte gefeliciteerd. Welverdiend!!
Wij hopen dat onze afdeling nog lang van je werkzaamheden gebruik mag maken!!
 
Na de pauze vervolgde Klaasje Douma haar lezing met: “De vrouwen van Adel tussen 1813 en 1918”. 
In die tijd waren de vrouwen niet zo zichtbaar maar wel belangrijk! Feitelijk vormden ze het cement van de familie. Door hun huwelijken werden in die tijd geld en goederen en met name huizen en landbouwgronden veilig gesteld. 
Vanaf 1900 werd er ook wel uit liefde gehuwd en niet uit geldelijk gewin. In de adellijke huwelijken kwam veel inteelt voor en daardoor ook veel nageslacht dat ‘niet geschikt’ was voor een huwelijk. 
Ongehuwde vrouwen (20/30 %) en weduwen werden door gelddonaties vaak weldoensters van de R.K. kerk wat meestal ook tot uitdrukking kwam op de bidprentjes bij hun overlijden. Maar ook bijdragen aan bijv. de bouw van provinciale wegen waren geen uitzondering.
 
Als vrouwen niet de juiste partner tegenkwamen viel hun erfenis terug in de familie. Het mogelijke verlies van vermogen was meestal ook een reden om niet te huwen. Klaasje liet overzichten zien hoe er in veel families onderling werd gehuwd (neven en nichten). Teveel jaartallen en namen om op te sommen. Maar een ding moeten we zeker stellen: "Wij vrouwen van deze tijd zijn beter af"!!
 
Daarmee sloten wij deze jubileummiddag af die werd bijgewoond door 75 dames. Van de nazit hebben veel dames gebruik gemaakt dit onder het genot van een drankje en bitterballetje.
Ida Clarijs
 
Nog een opmerking van de verslaggeefster:
Als je een mooi boek wilt lezen, over de adel en hoe dat het er aan toe ging in die tijd, kan ik het boek over Marianne van Oranje Nassau, de eigenzinnige dochter van Koning Willem I, aanbevelen. 
Titel van het boek: “De Italiaanse prinses” van Willemijn van Dijk 
 
 
 
 
VERSLAG VAN DE LEZING OVER DE NEDERLANDSE KUNSTSCHILDER MEIJER DE HAAN 
Gepresenteerd door Anton Joosen dd. 14 september
 
De kop van ons nieuwe seizoen werd afgebeten door de heer Anton Joosen die ons een lezing gaf over kunstschilder Meijer de Haan (1852-1895).
De eerste vraag die Anton ons stelde was wie er ooit al had gehoord van deze kunstschilder. Dat bleken er weinig te zijn. 
Ludiek en vlot werd ons de vraag gesteld wie wel bekend was met Rembrandt, Vermeer, Münch (De Schreeuw), Jeroen Bosch, Matisse of Lucian Freud? Behalve de laatste waren allen bekend bij onze dames. 
Ook Anton Joosen moest bekennen dat ook hij aanvankelijk niet bekend was met Meijer de Haan. Pas toen er een grote kunstroof werd gepleegd in de nacht van 12 op 13 oktober 2012 uit de Kunsthal te Rotterdam waar 7 kostbare schilderijen met een gezamenlijke waarde van 18 miljoen euro werden geroofd door een Roemeense bende, was zijn aandacht getriggerd, want….. wie was die Meijer de Haan eigenlijk?
Hij is zich erin gaan verdiepen en dat leidde tot een verrassend interessant verhaal.
Eerst schetste hij de achtergrond van Meijer de Haan: hij kwam uit een welgestelde Joodse familie. Vader had een florerende broodfabriek in Amsterdam en leverde tot in Drenthe. Moeder was een telg uit een familie van lakenhandelaren en pandjesbazen. De welvaart van de bakkerij was uitgebeeld op de gevel van het pand met een mooie gemetselde haan. (Vanwege de achternaam De Haan.)
Meijer (inderdaad zijn voornaam en niet Jacob Meijer zoals op een gegeven moment ook de ronde deed) was een invalide man van slechts 1.49 m. lang. 
 
Dit was het resultaat van een vergroeide ruggengraat als gevolg van de T.B.C.  waaraan hij leed en wat zijn hele leven beïnvloedde. 
Duidelijk werd al snel dat Meijer geen geschikte kracht was voor de bakkerij van zijn ouders. Gelukkig werd wel ingezien dat hij over een bijzonder talent beschikte, namelijk dat van schilder. Hij mocht zich inschrijven bij Arti Amicitiae waar hij les kreeg van P.F. Greive (ook wel ome Piet genaamd), die hij in 1872 ook geportretteerd heeft. Na de dood van zijn leermeester schreef hij zich in bij de Rijksacademie waar hij het 1 jaar volhield vanwege zijn slechte fysieke gesteldheid. Na dit jaar mocht hij van zijn vader een atelier starten in het huis naast de bakkerij dat ook zijn eigendom was.
Hij maakte daar diverse portretten. Vermoedelijk van allemaal Joodse mensen, omdat hij weinig tot geen kennissen buiten zijn eigen Joodse kring had.
Ook een genrestuk, de Talmoedische Anatomie uit 1880 is een bekend schilderij van hem. 
In 1888 voltooide hij zijn meesterwerk Uriël Acosta (een katholiek filosoof) met een enorme afmeting van 405 x 260 cm, waar hij maar liefst 8 jaar aan gewerkt had. Zijn vader stimuleerde hem om dat werk maar eens tentoon te stellen. Na enig talmen van Meijer werd het schilderij geëxposeerd in het Panoramagebouw in Amsterdam. Er werden diverse hoge gasten uitgenodigd (vader had een grote, interessante kennissenkring!), waaronder zelfs de Burgemeester van Amsterdam.
Er verscheen ook een kunstcriticus van de Nieuwe Gids, het kunstblad opgericht door de schrijver Frederik van Eeden (De kleine Johannes), die overigens ook tot de genodigden behoorde.
Zijn naam was Maurits van der Valk, pseudoniem I.N. Schikking. Deze Van der Valk kraakte het schilderij tot aan de grond toe af en noemt hem de slechtste Rembrandt-imitator ooit. 
Gedesillusioneerd en zeer gedeprimeerd hierdoor vertrekt hij samen met Joseph Isaacson stante pede naar Parijs waar hij opgevangen wordt door Theo van Gogh, die ook tot de kennissenkring van vader behoorde.
300 Franse franc per dag krijgt hij van z’n vader om van te leven. Dat was voor die tijd al erg veel.
 Theo van Gogh bewoonde op de Rue Lepic in Montmartre een appartement. Broer Vincent was toevallig kort daarvoor vertrokken naar Arles, dus was er ruimte voor logies vrijgekomen. Gedeprimeerd als hij was, kon Parijs hem absoluut niet bekoren. Wel de kunstgalerie die Theo van Gogh bestierde, Goupil genaamd.
In februari 1889 komt de grote kunstschilder Paul Gaugain bij Theo verslag doen van het grote ongeluk dat broer Vincent is overkomen.
Er wordt besloten om te vertrekken naar Bretagne. Gaugain en De Haan reizen af naar Pont-Aven. Daar zetelt een kunstenaarskolonie genaamd Les Nabis (de profeten), een groep van post-impressionistische Franse kunstschilders.  Als veel oudere schilders sluiten Gaugain en De Haan zich bij hen aan. Zij schilderen volgens het synthetisme, een kunststroming met weinig aandacht voor detail, maar wel altijd met symboliek.
Meijer krijgt weer een aanval van T.B.C. en wordt weer ziek. 
De rusteloze Gaugain houdt het voor gezien bij Les Nabis en besluit te vertrekken naar Le Pouldu. De Haan en ook schilder Paul Sérusier gaan met hem mee.
De aanwezigheid van Meijer de Haan wordt vooral op prijs gesteld door Gaugain vanwege zijn centen! Gaugain verbraste alles en viel dan graag terug op het vermogen van zijn vriend Meijer!
Ze nemen hun intrek bij de befaamde 
Marie Henry. Een jonge, ongetrouwde vrouw van ongeveer 30 met een kindje, een meisje,  van een maand of 9 die een établissement heeft in Le Pouldu. 
 
Gaugain heeft een oogje op haar, maar ze voelt merkwaardig genoeg meer voor de gemankeerde Meijer. 
Het thuisfront heeft hier dankzij Gaugain ook al lucht van gekregen en dreigt te stoppen met de toelage. 
Als Marie dan ook nog zwanger raakt van Meijer is zijn schrik hierover zo groot dat hij halsoverkop terugkeert naar Parijs, alles achterlatend. Zijn schilderijen, zijn schilderspalet en zijn klompen.
Waar hij wel tevreden over is, is over zijn transformatie in zijn werk van realisme naar synthetisme.
Helaas gaat ook zijn gezondheid weer erg achteruit. Zo erg, dat zijn vader hem  naar Bad Wildungen stuurt vanwege de Joodse gemeenschap daar en van daaruit vertrekt hij naar Hattem.
Maar hij wordt niet meer beter en op 24 oktober 1895 overlijdt hij in Amsterdam op 43-jarige leeftijd.
 
Marie bevalt weer van een dochter, Ida genaamd (in 1891). Er bestaat een foto van de halfzusjes. Meijer heeft nooit meer contact met Marie opgenomen en wist niet van het bestaan van zijn dochter. Ook Marie heeft nooit meer contact opgenomen met Meijer. Zijn schilderijen zijn door haar voor een vermogen verkocht en hangen nu in diverse belangrijke musea.
Hij ligt begraven in Muiderberg. 14.0000 km verderop ligt Paul Gaugain begraven op het eiland Iva-Hoa. Ook Jacques Brel ligt daar begraven.
 
Anton eindigt zijn verhaal geheimzinnig. Hij vertelt nog van een grote brand in de broodfabriek. Het naastgelegen atelier bleef gespaard. De grote vraag is nu nog: waar is het schilderij Uriël Acosta gebleven? 
 
Het antwoord op die vraag wordt gegeven in het boek dat Anton heeft geschreven over Meijer de Haan.
Het boek is verkrijgbaar, dus wie het per se wil weten zou het boek moeten gaan lezen.
 
Als klap op de vuurpijl vroeg Anton 2 sterke dames naar voren. Onder grote verbazing toverde Anton een enorm doek tevoorschijn. 
Daarop had hij heel knap zelf een schets getekend van de Uriël Acosta om ons een indruk te geven hoe groot dat schilderij wel niet geweest moest zijn.
 
Van tevoren waren we met z’n allen misschien wat sceptisch over deze lezing, omdat Meijer de Haan niet bekend is bij het grote publiek, maar Anton is een geboren verteller en heeft hem voor ons overtuigend tot leven gebracht.
 
Het was zeer onderhoudend en we zullen hem zeker nog eens terugvragen voor een volgende lezing.   
 
Ineke Badura
 
 
 
VERSLAG VAN DE EXCURSIE NAAR KWEKERIJ ESVELD IN BOSKOOP
 
De dag van 28 september begint helaas regenachtig als we bij de Bowling Breda de bus instappen. Na de andere dames opgehaald te hebben bij de 
Mgr. De Vetstraat gaat het richting Boskoop. Zonder files gelukkig maar met prachtige wolkenluchten en bijzondere regenbogen.
We rijden langs de rivier de Gouwe, waar prachtige huizen staan, tussen Alphen aan de Rijn en Waddinxveen. Het hele gebied is zeer waterrijk, met veel slootjes en bruggetjes. Het is echt Het Groene Hart van Nederland met prachtige natuur.
Bij de Plantentuin Esveld aangekomen worden we welkom geheten in een kas met koffie en heerlijke appeltaart.
 
Na de koffie is het tijd voor een wandeling door deze bijzondere Plantentuin: vanaf 1865 een familiebedrijf. 
 
We worden in twee groepen gedeeld en onder leiding van de enige echte Boskoopse gids Ton bekijken we bijzondere struiken, planten en bloemen. Onze gids is een enthousiaste verteller. Hij is zeer trots op de bijzondere grond die volgens hem alleen in Boskoop voor komt en nergens anders in Nederland. Daarom groeit hier alles zo perfect. Deze tuin is uitgegroeid tot een begrip in de wereld van bijzondere tuinplanten. Op het terrein worden duizenden verschillende planten gekweekt.
 
Via paadjes en bruggetjes kun je als bezoeker een mooie wandeling maken. Het weer is opgeknapt dus we hebben geluk.
Na de wandeling volgt de lunch; ook weer in de kas en daarna staat een boottocht op de planning. 
 
Dat wordt nog een uitdaging, want de lucht wordt steeds donkerder en de zon, die er even was, gaat verdwijnen.
Het inschepen heeft ook nog even wat ‘voeten in de aarde’ omdat de leuningen en trapjes van de boot wat klein zijn uitgevallen en er nogal wat rollatordames zijn, maar het lukt!
 
In open boten varen we langs verschillende kwekerijen waarvan al veel planten op weg zijn naar het buitenland. Onze boottocht wordt iets verkort i.v.m. de weersomstandigheden, we hebben in ieder geval veel planten gezien en we zijn niet nat geregend, gelukkig maar!
Helaas geen appelbomen; die stonden waarschijnlijk bij een andere kwekerij.
 
Na de boottocht allemaal weer in de bus en heel fijn: ook nu weer zonder files en een uurtje eerder dan gedacht weer terug in Breda.
Het was een gezellige en leerzame dag!
 
Diny Griep
 
 
VERSLAG VAN DE 5-DAAGSE BUSREIS NAAR DE EIFEL
 
Tweede pinksterdag 6 juni 2022 was het eindelijk zover: een reisje. 
Bij de bus alleen maar opgetogen leden klaar om te vertrekken.
Met aardige chauffeur Marcel Wagenaar en 25 druk pratende dames op weg naar Stadtkyll in de Eifel, waar na koffie met gebak onderweg en een paar uur rijden, de lunch al klaar stond in Hotel Am Park.
In de middag gelijk een excursie: het wildpark met damherten, moeflons, przewalskipaarden, apen en lama’s in Daun/Vulkaaneifel, waar we een acht kilometer lange tocht door dit park zouden maken. Helaas was de bus te lang om de krappe bochten te nemen en moesten we noodgedwongen het e.e.a. te voet doen. Maar er was nog genoeg te zien, o.a. een      spectaculaire show met uilen.
 
De volgende dag maakten we, door een prachtig landschap, een tocht naar het Openluchtmuseum in Mechernich. Op een heel geaccidenteerd terrein konden we meer dan zestig authentieke huizen, boerderijen en winkels en oude ambachten bezoeken. 
’s Avonds voor degenen die nog puf hadden een mooie en interessante rondleiding door het stadje met de receptioniste van het hotel. Een aardige Nederlandse vrouw die getrouwd is met een lokale man en daar al jaren woont. 
 
Op dag drie hadden we in Luxemburg Stad een mooie stadsrondrit en wandeling met gids. Heel veel gezien en gehoord. In Luxemburg worden drie talen gesproken: Frans, Duits en Luxemburgs. Luxemburgs wordt vooral op het platteland gesproken. Het is pas sinds 1984 een officiële taal. Het heeft nog geen volledige grammatica en wordt weinig als geschreven taal gebruikt. Op de terugweg naar het hotel rijden we door het Müllertal met prachtige rotsformaties.
 
De vierde dag alweer. We rijden naar de Romeinse stad Trier met het bekende Porta Nigra. Ook hier een stadsrondrit, dit keer met een treintje. En ook nog wat vrije tijd.
 
Onze vijfde dag is alweer aangebroken en na het ontbijt rijden we naar de Oleftalsperre, een van de grootste stuwmeren van Duitsland. We hadden een stop aan de kant van de damwand, die heel hoog is. Vervolgens door naar het gezellige Monchau met prachtige vakwerkhuizen. Ook hier een rondrit, vrije tijd om te winkelen en bezoek aan een glasblazerij waar we glasblazers, in rap tempo, prachtige uilen zagen maken. De lange weg naar huis begon. In de avond volgde in Terheijden nog een afscheidsdiner. 
 
Aan vijf enerverende dagen kwam een eind. Niet alles liep perfect: enkele dames hadden te kleine kamers, terwijl anderen juist zeer ruime kamers hadden, valpartijtjes, een ‘vermissing’ en nog wat dingetjes. Maar uiteindelijk heeft iedereen genoten van dit reisje en dat is het belangrijkste!
Dolly Karstens 
 
 
VERSLAG VAN DE PRESENTATIE D.D. 18 MEI 2022 DOOR FRANK JANKOWSKI  OVER O.A. DE BEVRIJDING VAN BREDA 
 
Het duurde 3 jaar voordat we weer eens een mooie Voorjaarsdag met elkaar konden vieren en dat deden we op 18 mei jl. 
Elk voorgaand jaar hebben we een poging gedaan, maar corona gooide telkens roet in het eten.
Gelukkig ligt dat allemaal achter ons en konden we weer ouderwets genieten van elkaars verhalen en van een lezing die gegeven werd door de heer Frank Jankowski.
 
Vooraf deden we ons tegoed aan een zeer goed verzorgde lunch geserveerd op een nieuwe locatie, namelijk Hotel Van der Valk Princeville Breda.
Na die heerlijke lunch werden we in de tijd terug genomen door de heer Frank Jankowski, voormalig hoofd van de Kennedyschool in Breda en tegenwoordig als vrijwilliger actief voor het Maczek Memorial.
 
Wat wij als ouderen – en ik als iets mindere oudere maar getrouwd met een zoon van een van de bevrijders van Breda – wel weten is dat Breda op 29 oktober 1944 bevrijd is door de Polen samen met Canadese divisies.
Velen – in het algemeen gesproken – zullen denken dat Nederland bevrijd is door de Amerikanen, de Engelsen en de Canadezen. Maar bij de bevrijding van het zuiden van Nederland en een stuk van het oosten, hebben de Polen een grote rol gespeeld. 
Onder leiding van generaal Stanislaw Maczek werden door de 1e Poolse Pantserdivisie grote delen van niet alleen Nederland, maar ook delen van Frankrijk en België, bevrijd.
 
Na een korte inleiding over zijn eigen achtergrond (de vader van Frank Jankowski was een van de bevrijders van Nederland, afkomstig uit Bialystok, Polen) liet hij ons een documentaire zien uit het televisieprogramma Andere Tijden, waarin authentieke beelden getoond werden van onder andere de bevrijding van Breda. Op de vraag van Frank of er nog mensen in de zaal waren die zich hier iets van konden herinneren werd links en rechts instemmend gereageerd. 
 
Dankzij generaal Maczek is Breda grotendeels gespaard gebleven van onnodige vernielingen. De infanterie ging dan ook voorop, gevolgd door de pantserdivisie. Elk huis werd onderzocht op achtergebleven Duitse soldaten. De bevolking werd wel gesommeerd binnen te blijven, want deze operatie was uiteraard niet zonder gevaar voor de burgerbevolking.
 
Niet alleen het Pools Monument aan het Wilhelminapark herinnert ons nog aan de oorlog, ook de tank – die in de volksmond de Poolse tank wordt genoemd, maar een tank is die door de Poolse militairen werd veroverd op de Duitsers – is een indrukwekkende herinnering aan de 
2e Wereldoorlog.
Generaal Maczek was tegen wil en dank een groot strateeg. Als afgestudeerd filosoof en niet als militair heeft hij met zijn soldaten geen enkele slag verloren. 
 Ondanks dat hij grote daden heeft verricht op militair en menselijk gebied, is hij helaas behoorlijk ondergewaardeerd gebleven na de oorlog. 
 
Na de oorlog heeft hij -ook omdat hij geen recht had op ouderdomspensioen - zijn geld noodgedwongen verdiend als barkeeper
(de eigenaar van het hotel was in de oorlog een van zijn ondergeschikten) in Edinburgh, Schotland.
Met Schotland had hij een band omdat hij in Schotland de 1e Poolse Pantserdivisie had opgeleid en  voorbereid op de oorlog op het vasteland. 
 
Hij is 102 jaar geworden! 
Op 11 december 1994 is hij in Edinburgh overleden maar conform zijn wens is hij daarna overgebracht naar Breda waar hij tussen zijn soldaten is bijgezet op de Poolse Erebegraafplaats aan de Ettensebaan. 
 
Frank Jankowski vroeg nog uitdrukkelijk de aandacht voor het vernieuwde Poolse museum aan de Ettensebaan in Breda, het Maczek Memorial. De moeite waard voor een bezoekje.
 
 
 
VERSLAG VAN DE EXCURSIE NAAR ZIERIKZEE
OP WOENSDAG  22 APRIL
 
Om 8.30 uur vertrok de bus bij de bowling in Breda. Het hele Chasséveld was verstopt achter grote platen vanwege het 538festival dat op Koningsdag wordt gehouden. Toch waren er al een aantal dames aanwezig en waren we een paar minuten later bij de Poelewei waar nog meer mensen instapten. Al vrij snel liet de chauffeur weten dat we een andere route zouden rijden omdat er richting Rotterdam een file stond. Het weer was aangenaam en de sfeer in de bus goed.
 
Ook in Zierikzee was de helft van de wegen afgesloten, zoals we dat momenteel ook in Breda meemaken. Met bewondering hebben we gezien hoe de chauffeur door een heel smal straatje achteruit reed om weer op een begaanbare weg te komen. Hij kreeg een luid applaus van ons.
 
Bij aankomst in het Stadhuismuseum Zierikzee, kregen we koffie met een Zeeuwse bolus en was er een misverstand over het aantal deelnemers. Op de lijst stonden er 47, maar we telden er steeds maar 46. Gelukkig bleek dat een misverstand want een dame stond dubbel op de lijst. Een hele opluchting.
In het museum kregen we een rondleiding en werden in 3 groepen verdeeld. Het museum bevindt zich in het voormalige stadhuis van Zierikzee, een echte monumentenstad, en vertelt het verhaal van Zierikzee en het eiland Schouwen-Duiveland.
 
De rondleiding was erg interessant. In de entreehal was nog een gedeelte van de oude architectuur te zien. De kaartenkamer vertelt het verhaal van het landschap van het eiland.  
 
Daarna kregen we uitleg over meekrap, een plantje met kleine worteltjes die worden gebruikt als kleurstof. Prachtige rode kleur waarmee stoffen worden geverfd. In deze  kamer bevinden zich objecten en kunstwerken die verbonden waren aan het winnen en verkopen van de kleurstof.
 
Vervolgens zagen we de Modellenkamer, daarin staan modellen van bouwwerken en werktuigen.
 
De Raadzaal heeft nog een deel van het oude interieur, uit de18e eeuw. 
In de kamer is zilver en glaswerk geëxposeerd uit de 19e eeuw.
 
In de Tentoonstellingszaal zagen we o.a. een kajak uit de 17e of 18e eeuw. Deze Groenlandse Kajak is een van de oudst bewaarde ter wereld.
 
In de Thesaurierszaal zagen we het kabinet van de lokale medicus Job Baster. Heel indrukwekkend, helemaal gemaakt van schelpen.
 
De Trouwzaal wordt nog steeds gebruikt voor trouwerijen en is nog grotendeels ingericht zoals hij vroeger was. Hier worden ook verschillende zilveren stukken tentoongesteld.
 
Boven in de torenkamer zagen we prachtig glaswerk van Bert Frijns. Indrukwekkend hoe enorm grote schalen in elkaar passen.
Het was de moeite waard om hier naar toe te gaan.
Tenslotte kregen we nog een lunch en daarna stapten we weer in de bus naar Oudenbosch.
 
We kwamen aan bij de Basiliek van de Heiligen Agatha en Barbara in het begin van de middag. De basiliek is een (gedeeltelijke) replica van de St. Pieter in Rome. Het lijkt of je in een zestiende-eeuwse kerk staat, terwijl de basiliek pas in de negentiende eeuw is gebouwd. Pastoor Hellemons studeerde in Rome en was erg onder de indruk van de grote kerken daar. De Sint Pieter maar ook de Sint Jan van Lateranen. Hij besloot toen dat hij, als hij ooit pastoor zou worden, ook zo’n  kerk zou bouwen. De beroemde architect Pierre Cuypers kreeg de opdracht en heeft de basiliek gebouwd. Die past wel 16 keer in de Sint Pieter. Voor een plaats als Oudenbosch is het natuurlijk een enorm groot gebouw.
 
Een paar hoogtepunten in de basiliek zijn:
het Kӧnig-orgel. Dit is een 18e eeuws orgel en komt uit de oude Agatha kerk uit Oudenbosch.
  Het kreeg in de basiliek een nieuwe kast in Italiaanse stijl. Het wordt niet meer bij alle diensten
  gebruikt. Wel bij speciale gelegenheden.
de koepel is de grootste van Nederland. In de 4 hoeken zijn de vier evangelisten afgebeeld.
het altaar van de H. Agatha. Zij wordt aangeroepen ter bescherming van aardbevingen,
  onweer, borstkwalen en kanker.
het altaar van H. Barbara, er staat een torentje bij. Haar vader zou haar daarin hebben
  opgesloten zodat ze niet kon trouwen.
een beeld van paus Johannes Paulus Ⅱ.
een icoon van Maria met kind.
en  natuurlijk het Hoogaltaar. De belangrijkste en meest heilige plek in de katholieke kerk.
  Een prachtig glas in loodraam in het midden.
 
Na de leuke en duidelijke uitleg zijn we op eigen gelegenheid nog wat rond gelopen en hebben een kaarsje opgestoken.
Daarna zijn we weer in de bus gestapt en waren rond 17.00 uur weer in Breda. Het was een interessante en leerzame dag. 
Hélène Friebel
 
 
 
 
VERSLAG VAN DE LEZING DD. 13 APRIL  ‘LENTE, SEIZOEN VAN DE WELLUST’  
 
Gepresenteerd door bioloog Rini Kerstens 
 
De gast die we hadden gecontracteerd voor de 2e woensdag in april was afgestudeerd bioloog Rini Kerstens, oud biologie-docent, nu gepensioneerd en bestuurslid van de I.V.N. in Veghel.  
Het rumoerige begin van de lezing voorzag hij gevat met : ‘ik heb ook voor H.A.V.O.- 3 gestaan hoor, dus ik ben wel wat gewend.’
Maar op het moment dat iedereen was gaan zitten werd er goed geluisterd door zijn          publiek.  
 
De schoonheid van de natuur die hij met prachtige beelden liet zien, pakte ons direct. Het was adembenemend wat hij toonde.
Bij het voorbereiden van zijn lezing met de titel ‘Lente, seizoen van de wellust’ was hij uitgegaan van zijn eigen omgeving ‘de Meierij’ gelegen in de buurt van Veghel/Erp met een omtrek van ongeveer 30 kilometer.  We werden getrakteerd op de meest mooie plaatjes van planten en bloemen die daar groeien. Heel zijn presentatie heeft hij zo beeldend beschreven, dat zelfs onkruid wat wij normaliter gewoon uit de grond trekken, omdat wij dat niet mooi vinden, er in close-up nog fantastisch uitzag. 
Ik vermoed dat wij ons nu wel tien keer bedenken voordat we het eruit durven trekken….
 
Prachtige opnamen kregen we te zien, waarbij het verschil tussen de vrouwelijke en mannelijke eigenschappen van een plant of bloem beeldend werden beschreven. Het woord ‘macho’ voor de mannelijke eigenschappen werd veelvuldig genoemd. Daarmee bedoelde hij dan dat de man-vorm van een bloem, plant of boom zich uitbundiger laat zien dan de vrouwelijke vorm ervan.
 
Hij startte zijn presentatie met de opmerking dat de lente allang begonnen was. De meteorologische lente begint namelijk op 1 maart, terwijl ‘wij’ uitgaan van 21 maart. 
Op 8 maart is het Internationale Vrouwendag. Bij ons wordt die niet gevierd, maar bijvoorbeeld in Italië is het een grote feestdag waarop alle vrouwen mimosa wordt gegeven. Het is een symbool voor de vrouw zelf.
We kregen vervolgens gedurende 1,5 uur een uitgebreide les biologie, waarbij al snel duidelijk werd dat deze man over een zeer grote kennis van de natuur beschikt. En passant kregen wij trouwens ook een lesje Latijn mee, want elke plant en bloem kent een Latijnse naam, evenals de begrippen in de plantkunde.
Hij vertelde over de hazelaar die al in februari in bloei staat en over de honingbij die al actief is.
En wie nog mocht denken dat paddenstoelen alleen in de herfst actief zijn, weet na deze lezing beter; de vroege bekerzwam bijvoorbeeld bloeit in de lente en dus niet in de herfst. Ook de kapjesmorielje, de lenteknotszwam en de voorjaarskluifzwam zijn in dit jaargetijde te zien.
 
Hij liet ons zien hoe belangrijk het voor insecten is om te weten waar ze de plant of bloem moeten bestuiven en waar ze de nectar moeten halen.
Met mooie close-ups toonde hij hoe een bloem dat laat zien, namelijk met kleur, geur en vormen.
Verder met de dennenbomen. Die bloeien uitbundig; macho en kort.
Het madeliefje bloeit altijd. Dicht betekent: kou. Open: warm genoeg om geopend te zijn.
Dan beschreef hij de vroegeling, de kleine veldkers, vogelmuur, kleine veldbies, paardenstaart, heermoes (equisetum arvense), boterbloem, hondsdraf, paarse-  en witte dovenetel, hoenderbeet, speenkruid, primula’s etc., etc.
 
Het begrip ‘cleistogamie’ besprak hij ook. Dat betekent dat de plant zich niet door de wind voortplant, maar dat hij zichzelf bevrucht.
De grassen gaan nu bloeien. Het zijn windbestuivers en worden dus niet door insecten bestoven.
Hij hekelde de bijenkastjes, aangezien verreweg de meeste bijen zich ondergronds nestelen en dus  geen kastje nodig hebben. Maar het is een leuk idee van de mens…..
Verder sprak hij nog over vlinders; ze overwinteren meestal in een spleet en de mannetjes zijn er het eerst. En over de slakken. Zij zijn hermafrodieten, wat wil zeggen dat ze zowel man als vrouw zijn.
Hij liet ons mooie foto’s zien van Pinksterbloemen, die niets met Pinksteren te maken hebben, maar alles met ‘pinken’, jonge koeien.
Ook leerzaam te weten is dat vliegen en muggen 2 vleugels hebben en wespen en bijen 4 vleugels.
En dus -vertelde hij met gevoel voor humor- voordat we ze doodslaan moeten we voortaan eerst kijken hoeveel vleugels ze hebben.
 
Verder had hij nog een mooi verhaal waar de narcis zijn naam aan te danken heeft.
Het gaat om een mooie legende over een persoon genaamd Narcissus die zich weerspiegeld zag in het water en zo verliefd werd op zijn spiegelbeeld dat hij het liefst alleen maar naar zichzelf keek. 
 
De lente is ook het seizoen van de voortplanting van vogels, zoals bijv. van de tjiftjaf en de kievit.
Ook de padden en kikkers kregen we te zien. Hij vertelde ons wat het woord heksensnot of sterrenschot betekent. Het is een door een reiger opgevreten zwangere kikker of pad.
Het geconcentreerde kikkerdril zwelt op en zit de reiger in de weg, waardoor hij dat uitbraakt.
 
Het was een boeiende lezing die door 49 dames ademloos gevolgd is.
We hadden de keus uit 49 onderwerpen die hij als lezing geeft! Het onderwerp dat wij uitgekozen hadden: de klimaatverandering en de invloed daarvan op ons welzijn kon hij door een computerstoring niet brengen, maar ik denk dat we met deze vervangende lezing niet slechter af waren.
 
Ineke Badura
 
 
 
VERSLAG PRESENTATIE DOOR IRMA VAN DE ZWAAL, BUITENGEWOON AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND OP 9 MAART JL.
 
Afgelopen woensdag 9 maart ontvingen wij met 43 dames een Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand oftewel BABS, die in het dagelijks leven Irma van de Zwaal heet.
 
Op vlotte wijze kwam ze, gehuld in haar toga zoals hiernaast op de foto, ons over haar leven als BABS vertellen. Ze kon putten uit een scala van anekdotes die ze in haar carrière als BABS had beleefd. Een doorsnee hiervan probeer ik u te vertellen.
Een Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand wordt benoemd door een rechter.
Belangrijk daarbij is dat zo’n ambtenaar ook bevoegd is voor de dag waarop een huwelijk gesloten wordt. Ze haakte in op de actualiteit. Een echtpaar trouwde op een zondag. De bedoeling was aanvankelijk om op de zaterdag ervoor te trouwen. Door omstandigheden gebeurde dat niet en de ceremonie werd naar de zondag verplaatst. Wat ze toen nog niet wisten was, dat de bewuste BABS hiervoor helemaal niet bevoegd was. Gevolg: het huwelijk was niet geldig. De hele procedure moet nu opnieuw uitgevoerd worden. U begrijpt: een kostbaar zaakje. De gemeente heeft wel toegezegd dat het deze keer gratis mag.
Een BABS trouwt niet alleen mensen op een Gemeentehuis. En ook niet alleen in één en dezelfde gemeente.
 
Ze vertelde dat ze mensen in de Waalse Kerk in Breda had getrouwd. Ze had mensen getrouwd in het ziekenhuis. Ook reed ze eens met gevaar voor eigen leven vanwege storm naar de kust om een huwelijk te sluiten. Ze vertelde dat de ceremonie buiten op het strand gepland was, maar vanwege hevige storm niet op die manier kon doorgaan. De ceremonie werd daarop naar de strandtent verplaatst, waar het volgepropt met gasten voltrokken werd. 
Ze heeft ook eens een huwelijk in de gevangenis gesloten. Getuigen waren gedetineerden. Elke getuige zou bij het huwelijk aanwezig mogen zijn. Er waren 10 getuigen……!
Een homo huwelijk schijnt het meest emotioneel te zijn, omdat de aanloop naar het huwelijk meestal niet standaard verloopt. Dat uit zich al bij de voorgesprekken en tijdens het huwelijk vaak nogmaals. Dan valt er nog weleens een traantje.
 
Een aanstaand huwelijkspaar wil over het algemeen een persoonlijk tintje geven aan hun huwelijk. 
Dat resulteert soms in vreemde taferelen. Zoals een roofvogel die over de hoofden van de gasten heen de ringen komt brengen. Of een huisdier dat de ringen brengt. 
 
Een huwelijk wordt meestal  bezegeld met een kus. Dat mag officieel pas gebeuren na de woorden: dan verklaar ik u nu tot echtgenoot/echtgenote. En niet eerder.
Een trouwboekje heeft tegenwoordig geen enkele waarde meer. Het zou zelfs na de voltrekking verscheurd kunnen worden. Alles wordt tegenwoordig digitaal vastgelegd.
Bij een huwelijk gesloten tussen personen die kinderen hebben uit een vorig huwelijk c.q. kinderen hebben voordat er getrouwd wordt, mogen die kinderen ook hun handtekening in het trouwboekje zetten.
 
Dit waren slechts een paar voorbeelden uit het leven van een BABS, in dit geval
Irma v.d. Zwaal.
Irma maakte er een gezellige middag van en ze bofte met het geïnteresseerde publiek.
 
Ineke Badura
 
 
VERSLAG VAN DE MUSEUMCLUB 
Het eerste uitstapje op 18 maart, na coronatijd! 
Een rondleiding door de oude rechtbank, gelegen aan de Sluissingel.
Een kolossaal gebouw aan de buitenkant, opgetrokken in beton en zandsteen, met nog 2 verdiepingen ónder de begane grond.
 
In dit immense gebouw werd rechtgesproken van 1985-2018.
Het gebouw is behoorlijk ‘uitgekleed’, maar we konden toch nog een kijkje nemen in een van de rechtzalen. 
We liepen lange gangen door, een paar trappen naar beneden en kwamen uit op een grote binnenplaats. Door de grote ijzeren poort kwamen de  ‘boeven busjes’ met verdachten indertijd binnengereden, rechtstreeks de kelder en het cellencomplex in.
Iedere verdachte kreeg een eigen cel, een heel kleine pikdonkere ruimte met alleen een stenen bankje om al zittend de tijd af te wachten tot hij of zij voorgeleid werd om verhoord te worden.
Een lugubere plek. Als hier de stenen konden spreken……! 
Alle emoties kwamen hier aan bod, van groot verdriet, boosheid, razernij tot heftige agressie toe.
 
Wat waren wij gelukkig toen wij buiten weer vrij en blij van de zon konden genieten.
In het gebouw is o.a. de dierenvoedselbank gevestigd.
Het gebouw is aangekocht door de gemeente vorig jaar. Er wordt nog onderzoek gedaan wát te doen met de rechtbank en het oude belastingkantoor aan de overkant.
Wordt het een mooie woonwijk met veel groen, of krijgen de  ‘erfgoedmensen’ hun zin? Wat zullen de mensen zeggen die verstand hebben van stedelijke ontwikkeling en wat vinden de buurtbewoners er van? 
We lezen er vast wel meer over! A vd E
 
 
 
VERSLAG VAN DE LEZING OVER ARTSEN ZONDER GRENZEN DOOR
WOUTER VAN EMPELEN
 
Woensdag 9 februari was de Algemene ledenvergadering van onze  afdeling van de NVVH. Na afloop kwam Wouter van Empelen ons vertellen over Artsen zonder Grenzen, een wereldwijde organisatie die hulp biedt in oorlogstijd en bij natuurrampen. Wouter is gepensioneerd projectcoördinator en trainer en werkte meer dan 25 jaar voor deze organisatie. 
Hij leidde tientallen projecten en vandaag vertelde hij ons over zijn tijd in Afghanistan en zuid Soedan.
 
In Afghanistan heeft de Taliban het nu voor het zeggen en omdat de Artsen neutraal en onpartijdig zijn en altijd onderhandelen met de dominante groepen in een gebied, doen ze dat nu ook met de Taliban. 
De basis van het werk is gezondheidszorg, die zo veel mogelijk onafhankelijk wordt verleend en zo veel mogelijk wordt bekostigd uit donaties en giften, zodat men ook niet afhankelijk is van overheden. 
Het werk wordt uitgevoerd door internationale teams, zo wordt samen gewerkt met de Verenigde Naties. O.a. door Blauwhelmen te sturen, die zorgen voor veiligheid en voedselverdeling.
In Afghanistan is een enorm gebrek aan voedsel. Wouter heeft ons filmpjes laten zien van sterk verhongerde mensen waaronder vooral kleine kinderen.
Het was hartverscheurend om dat te zien.
 
In Afghanistan is een sterke vraagtoename in de diverse projecten. 
Dit komt o.a. door personeel- en materiaaltekort. Door het vele geweld zijn er strikte veiligheidsprotocollen ingesteld met als doel: iedereen krijgt zorg. Van welke partij je ook bent, je mag altijd op zorg rekenen.
 
In de ziekenhuizen wordt iedereen gefouilleerd zodat ook het personeel is beschermd. In een ziekenhuis wordt niet aangevallen is de afspraak, ook met de Islamitische staat.
Toch is men zich er van bewust dat er nergens ‘nul risico‘ is.
 
De belangrijkste activiteiten zijn: acute noodzorg, moeder en kindzorg, therapeutische voedselhulp en vaccinatie. Mensen staan soms uren in de rij bij een zeer hoge temperatuur ( 45 graden), om hun kind te laten inenten tegen mazelen. Er wordt ook samen gewerkt met het Rode Kruis. Mensen durven vaak niet op weg te gaan naar het ziekenhuis uit angst voor explosies onderweg. Daar kan het Rode Kruis bescherming bieden.
 
 Zuid Soedan is het oudste werkgebied van Artsen zonder Grenzen. Er zijn nog steeds twee rivaliserende groepen die jaarlijks vechten om de macht. Er is  o.a. een ziekenhuis in brand gestoken. De bevolking is toen gevlucht naar een eiland in een moerassig gebied. Ook de artsen kregen daar een ‘veilige’ plek aangeboden. We zagen beelden van mensen die twee dagen door het water moesten lopen om op die plek aan te komen. Onder zeer moeilijke omstandigheden werden er tenten opgezet wat met behulp van Blauwhelmen lukte. Moeders en kinderen kregen een eigen tent voor de veiligheid. Onder de vlag van de V.N. hielp het Wereldvoedselprogramma met het delen van eenvoudig voedsel.
Het is onvoorstelbaar dat deze situatie in Zuid Soedan nog steeds
voortduurt.
 
Deze lezing met beelden heeft ons heel duidelijk gemaakt in wat voor bevoorrecht land wij leven. 
Het was een mooie, bijzondere middag.
 
Hélène Friebel
  
op de site: www.artsenzondergrenzen.nl kunt u meer lezen over het vele werk dat ze doen in de verschillende landen.
 
 
Wouter doet zijn verhaal met veel passie en verdient zelf hier niets aan.
Wij hebben als vereniging natuurlijk Wouter van Empelen een donatie gegeven en ook de leden hebben persoonlijk nog wat bijgedragen, waarvoor namens  Wouter hartelijk dank.
 
 
 
VERSLAG VAN HET OPTREDEN DOOR 
CHARLOTTE GLORIE OP 15 DECEMBER 2021 IN GEMEENSCHAPSHUIS DE BLAKER
 
Na een jaar lang wachten en tussen diverse lockdowns door vanwege – wat anders dan – corona, mochten wij eindelijk onze Kerst-gast ontvangen: Charlotte Glorie. 
 
Begeleid door haar eveneens zeer slechtziende echtgenoot – aan wie ze later tijdens haar optreden nog een liefdesliedje opdroeg…. – 
en haar chauffeur, stapte ze monter op 15 december jl. in de, voor de gelegenheid, sfeervol ingerichte Blaker. 
 
Charlotte amuseerde ons gedurende de middag met talloze, door haarzelf gecomponeerde en geschreven, liedjes en kleine sketches. 
Inspiratie voor een van deze liedjes putte ze bijvoorbeeld uit een gesprek tussen twee dames die haar observeerden terwijl ze wachtten bij een bushokje. Uitgebreid werd Charlotte besproken en ‘behandeld’ en hoewel Charlotte alleen nog het verschil kan zien tussen heel licht en donker, is ze gelukkig absoluut niet doof en gebruikte ze dit gesprek om er met grote humor een hilarisch lied van te maken. 
 
Ze begon haar optreden met een autobiografisch lied en vertelde later dat ze opgroeide in de Bollenstreek waar haar ouders een bloemenzaak hadden. Met Kerst rook moeder dan zo lekker naar het kerstgroen en de hyacinten vanwege de bloemstukken die in die zeer drukke tijd van het jaar volop werden gemaakt. 
Ook haar sketchje waarin ze vertelde dat ze als peutertje het kerstkind mocht zijn en stil moest worden gehouden met lange vingers en al snel om ‘nog één’ vroeg (het smaakte natuurlijk en wist zij veel waarom ze daar lag), was aandoenlijk.
Zo reeg ze het ene na het andere liedje en sketchje aan elkaar, zichzelf begeleidend op het keybord.
Tussendoor betrok ze onze dames erbij door ze mee te laten zingen met een kerstliedje, waarbij ze zelf af en toe de tekst even kwijt was, wat het ook weer leuk maakte.
 
Tijdens het optreden van Charlotte konden wij ons tegoed doen aan de lekkere hapjes en feestelijke drankjes die Ineke en Gerard voor ons verzorgd hadden. Dit in plaats van het beoogde tapasbuffet dat we eerder bedacht hadden. Vanwege de gedwongen sluitingstijd van 17.00 uur konden we dat niet meer uitvoeren. 
Maar de feestelijke hapjes inclusief het optreden van Charlotte maakten dat wij alsnog wel in kerststemming kwamen, ook al was de Kerst nog 10 dagen weg….
 
Het was fijn om weer eens wat oude bekenden gezien te hebben; mensen die het voor de gelegenheid aandurfden om een middagje uit te gaan bij hun vereniging. Erg fijn!
 
We hopen van harte dat corona gauw getemd zal zijn, zodat we onze gezellige middagjes met een gerust hart kunnen voortzetten en nog meer oude bekenden gaan zien.
 
Hoe dan ook: Iedereen alle goeds en veel geluk voor 2022 gewenst!
Ineke Badura 
 
 
 
VERSLAG VAN DE LAATSTE LES VAN DE MUZIEKCURSUS
 
De heer Cees Hollenberg heeft ons weer een interessante en vermakelijke ‘les’ bezorgd. Dit keer kwam de jazz aan bod. Jazz is eigenlijk een scheldwoord, dat rotzooi betekent.
 
De wortels van de jazz liggen op de katoenplantages in het zuiden van de Verenigde Staten, waar Afrikaanse slaven spirituals begonnen te zingen tijdens het werk. Dit trok weer andere mensen aan die de zangers met gitaar gingen begeleiden. En zo ontstond de blues. Waar de spirituals een religieuze oorsprong hebben, gaat de blues meer uit van gevoel, al wat men meemaakt in het leven. Het heeft altijd iets melancholieks. Zoals Explaining the Blues van Ma Rainey en Dead shrimp Blues van Robert Johnson. 
In New Orleans, een stad met grote Franse invloed, waar de mensen goede (muziek) scholing kregen, ontstonden de eerste combo’s. 
Bekende namen uit die tijd zijn Louis Armstrong en Jerry Roll Morton, pianist, componist en orkestleider. Van zijn hand is o.a. Black Bottom Stomp.
De muziek evolueerde en uit later jaren kennen we o.a. Benny Goodman, Glenn Miller en Dave Brubeck. Van Brubeck kregen we het bekende Take Five te horen (in de lange versie).
We hoorden ook nog Billie Holiday met My Man en Nina Simone met het prachtige Black is the color of my true love’s hair.
Andere namen kwamen voorbij: Sara Vaughan, Ben Webster, Miles Davis, Earl Garner, Hot Club the France met Stéphane Grappelli (viool) en Django Rheinhardt (gitaar).
Er werd afgesloten met Ella Fitzgerald die Let’s call the whole thing off zong. 
 
Het was een geweldige laatste les en iedereen was enthousiast en er werd om een vervolg gevraagd.
 
Dolly Karstens
 
 
 
VERSLAG VAN DE PRESENTATIE  OP 10 NOVEMBER JL. DOOR BERT VAN DE HAAR (voorzitter van de West Brabantse vogelwerkgroep)
 
Afgelopen woensdag 10 november ontvingen wij de voorzitter van de West Brabantse Vogelwerkgroep, de heer Bert van de Haar met assistente Ineke Buijnsters.
Aan bijna 40 dames toonde hij door middel van een power-point-presentatie de diversiteit aan vogels die je in onze stadstuintjes en omgeving kunt waarnemen. Persoonlijk had ik niet meer kunnen benoemen dan een merel, duif, ekster, mus, gaai (van een Vlaamse Gaai mag je al niet meer spreken) en een koolmees. Bert van de Haar liet ons echter kennis maken met wel 47 verschillende soorten vogels die in ons land voorkomen.
 
Elke soort werd door hem deskundig en enthousiast besproken, zowel qua uiterlijk, gedrag, nestelen en voortplanten en over het al dan niet overwinteren in andere landen.
Variërend van de wat alledaagsere mus, roodborstje en merel tot aan de buizerd, de verschillende soorten duiven, eenden, ganzen, reigers, mezen, meeuwen, spechten, vinkjes,  zwaluwen en zwanen; er werd er geen één overgeslagen. 
Ik denk dat we met z’n allen niet wisten dat er zo’n diversiteit aan vogels in ons land leven.
Ook de doelstellingen van de Vogelwerkgroep besprak hij. Tevens met welke Werkgroepen zij zoal werken en hoe zij hun kennis willen verspreiden onder geïnteresseerden.
De 1,5 uur waren amper toereikend om het ons allemaal te vertellen. 
Het was een leerzame en aangename lezing!
 
Wilt u nog wat meer informatie, kijkt u dan nog eens op hun website www.vogelwerkgroepwestbrabant.nl  
U kunt ze ook op Facebook volgen.
Ineke Badura
 
 
 
VERSLAG VAN DE 2E MUZIEKCURSUS
 
Donderdag 28 oktober was de 2e ochtend waarop wij ‘college’ kregen van voormalig muziekdocent Cees Hollenberg. 
 
Ditmaal was het onderwerp Mahler.
Niet gemakkelijk, maar ik probeer het enigszins voor u samen te vatten.
Gustav Mahler, dirigent en componist, geboren in Tjechië in Bohemen in 1860 uit Joodse ouders en gestorven te Wenen in 1911 (fin de Siècle)
Hij vertegenwoordigt de Laat-Romantiek, die begint bij Beethoven.
 
Voordat Cees met zijn uitleg over Mahler begint, zet hij eerst recht wat in zijn vorige ‘les’ ontbrak, namelijk de muziek van di Nozze di Figaro. Het was zijn eer te na om ons dat te onthouden!
 
Mahler moet een zeer intelligent persoon zijn geweest, aangezien hij al op 18 jarige leeftijd zowel het Gymnasium als het conservatorium heeft volbracht. Daarna studeerde hij ook nog Filosofie en Geschiedenis. Hij was een Einzelgänger, die het liefst zijn tijd in de natuur doorbracht.
Hij zwom vaak in de Wörthersee en maakte lange bergwandelingen. 
In verschillende huisjes, alle aan het meer gelegen, componeerde hij vele symfonieën, die nog steeds hedentendage op het standaardrepertoire staan van alle symfonieorkesten. Hij was meer bekend als dirigent dan als componist. Maar bij componeren lag zijn hart. 
Dirigeren kwam meer uit noodzaak voort. 
 
Ook zijn 20 jaar jongere en geëmancipeerde vrouw Alma Schindler (Alma Mahler) met wie hij in 1902 trouwde zat het componeren in het bloed. Mahler was daar al snel duidelijk over: binnen het huwelijk was er maar één de componist en dat was hij! 
Ze kregen 2 kinderen, 2 meisjes. Helaas overleden beide meisjes op jonge leeftijd. Dit gegeven en het feit dat hij Alma het componeren verbood, bracht haar ertoe om later een affaire te beginnen met een jonge architect: W. Gropius. Ze voelde zich miskend door haar man.
Toch had hij veel te danken aan Alma. Zelf van goede komaf deed ze goede P.R. voor hem en introduceerde hem in de Weense society-wereld.  Dit en natuurlijk zijn grote muzikale talent resulteerde er uiteindelijk in, dat hij werd benoemd tot dirigent van de Hofopera.
 
We krijgen een symfonie van Mahler te horen, die weer met grote bevlogenheid wordt beschreven door Cees: veel vogelgeluiden; de jacht en bossen worden uitgebeeld met hoorns etc.
Vervolgens Die Zwei Blaue Augen uit de dichtbundel Des Knaben Wunderhorn over het lot dat iemand ten deel valt wanneer hij of zij een geliefde verliest c.q. een onbeantwoorde liefde heeft beleefd.
Cees vertelt over de periode dat Mahler in Nederland dirigeerde aan het Concertgebouw.
In 1903 en 1904 heeft hij in Amsterdam diverse van zijn symfonieën gedirigeerd. Dirigenten Mengelberg en Diepenbrock zijn heel belangrijk voor hem geweest. En hij voelde zich hier ook gewaardeerd.
Cees laat ons nog wat meer muziek horen van Mahler, zoals: Wenn dein Mutterlein (met mooie alt-hobo) en de Friedrich Rückert liederen. Rückert was een dichter en taalwetenschapper die aangrijpende teksten schreef en Mahler inspireerde tot het maken van de Kindertotenlieder.
Vreemd genoeg schreef hij deze symfonieën al voordat zijn beide dochtertjes overleden waren.
 
Geïnspireerd was hij ook door volksverhalen (zoals de Sprookjes van Grimm).
We krijgen nog een stukje symfonie te horen op de melodie van Vader Jacob, maar dan in mineur.
 
Het verbeeldt een optocht van weer tot leven gekomen dieren die afgeschoten zijn. Ze dragen de overleden jager ten grave. Het geheel wordt in canon uitgevoerd. Er doet een gezellig Boheems orkestje in mee, maar er klinkt wel cynisme in door.
 
We eindigen echter vrolijk met het einde van de 3e symfonie, waarin diverse koren optreden. Uit ‘des Knaben Wunderhorn’ vertolkt Mahler,  nu een groot festijn, waarin je volksliedjes hoort, veel bim-bam. 
En een naïeve beschouwing van het Hemelrijk. (Das Lied der Erbe)
 
1907 wordt een rampjaar voor Gustav Mahler. Zijn dochtertje overlijdt en hij blijkt een ongeneeslijke hartaandoening te hebben. 
Toch overlijdt hij niet daaraan, maar aan een streptokokkeninfectie, op slechts 47-jarige leeftijd.
Onder andere zijn 9 symfonieën en de 10e, niet afgemaakte symfonie, zijn zijn nalatenschap. Hij heeft het mogelijk gemaakt om orkesten uit te breiden zoals hij het ideaal vond, met meerdere muziekinstrumenten en koren. 
 
Het was weer een interessante ochtend met veel informatie. De laatste bijeenkomst zal zijn op donderdag 25 november en dan wordt de Jazz 
behandeld. 
 
Ineke Badura
 
 
 
VERSLAG VAN DE LEZING DD. 13 OKTOBER DOOR 
TON HINTEN.
Onderwerp: Bredase stadsfeesten in de 20e eeuw
 
Een dag voor de lezing van 13 oktober over IJsland liet het echtpaar Breet het afweten.
Dat was even schrikken, want hoe konden we op zo’n korte termijn iets anders vinden.
 
Ineke is aan het bellen gegaan. Eerst naar degenen die we in het afgelopen jaar moesten afzeggen ivm. corona, maar hoewel ze allemaal graag nog eens willen komen, lukte dat niet op 13 oktober.
 
Ton Hinten werd de redder in de nood. We hebben hem al meerdere keren op bezoek gehad, maar hij is heel divers in zijn verhalen.
En dat is gebleken: zijn verhaal ondersteund met fotomateriaal en filmpjes viel erg in de smaak. Zeker voor de leden die altijd al -of inmiddels heel lang- in Breda wonen .
 
Zijn verhaal bracht ons terug naar de 20e eeuw.
De aanwezigheid van de KMA en het garnizoen binnen de stadsgrenzen waren meer dan een eeuw mede verantwoordelijk voor diverse festiviteiten.
 
Ook de bonte historie en de verbondenheid met Oranje Nassau en gedenkwaardige data rond het koningshuis waren goede aanleidingen voor een stadsfeest. 
 
Kort na de oorlog hadden de Bredanaars er zeker zin in en beleefde de stad een hoogtepunt van de feestcultuur.  
Het 700 jarig bestaan van Breda, Breda Oranjestad en gevolgd door 125 jaar KMA nodigden uit voor een volksfeest.
Om propagandistische redenen werd een verband gelegd tussen het jubileum en het vorstenhuis. De feestelijkheden werden georganiseerd onder de naam Breda Oranjestad 1952. De versieringen maakten vlak na de oorlog, toen soberheid troef was, een enorme indruk. Alle straten werden feestelijk verlicht en
's avonds gingen de lichtjes aan van Lichtstad Breda. Het 700-jarig bestaan had ook gevolgen voor het uiterlijk van de stad. Op het kasteelplein werd een dorp nagebouwd en het  stadspark Valkenberg werd opnieuw ingericht. En als klap op de vuurpijl; kwam koningin Juliana op bezoek voor een blijde intocht. Reden te meer voor de Bredanaars om dit van dichtbij mee te maken.
Het koninklijk huis brengt ook altijd een bezoek aan de historische graven in de Grote Kerk. 
Daarnaast kende de stad bierfeesten in 1962, Jazzfestival vanaf 1972, Nationale Taptoe en natuurlijk carnaval.
Over carnaval (de stad heet dan Kielegat) ging het deze keer niet, omdat daar al vele films en documentatie over gepresenteerd zijn. 
Ton liet ons met zijn commentaar op de beelden even teruggaan in de tijd. De stad en vooral de markt en straten in het centrum bomvol Bredanaars die de festiviteiten volgden.
 
Ton vertelde enthousiast en het verhaal werd ondersteund met zwart-wit foto’s en filmpjes en geluid dat soms wat kraakte.
Deze middag was zeker niet zo maar een alternatief, maar maakte de teleurstelling om het niet door gaan van de IJsland lezing meer dan goed.
Netty
 
 
 
VERSLAG VAN DE EERSTE MUZIEKCURSUS
 
Op 23 september jl. maakten wij – 17 dames – kennis met de heer Cees Hollenberg, oud muziekdocent op de kweekschool in Breda, die ons 3 ochtenden komt vertellen over resp. Mozart, Mahler en de Jazz.
 
Cees Hollenberg, zelf altviolist en nog actief in een orkestje, is een enthousiast, om niet te zeggen een bevlogen verteller over alles wat met muziek te maken heeft. Hoewel wij aanvankelijk nog wat sceptisch waren over het ontbreken van het tonen van beeldmateriaal, werd al snel duidelijk dat deze man dat helemaal niet nodig heeft om zijn liefde voor muziek op publiek over te brengen.
Met slechts geluidsopnamen van - in dit geval Mozart- werden wij al snel meegenomen in zijn muzikale wereldje.
Een beknopt verslag van deze ochtend willen wij  u -voor degenen die er niet bij waren-  niet onthouden.
Onderwerp was dus Mozart, zijn favoriete componist. Slechts 37 jaar geworden, geboren in Salzburg in 1756 en gestorven te Wenen in 1791.
Cees praatte lyrisch over een "helder palet met verrassingselementen, als een aquarel". En over de Rococo; een galante tijd, "toen men welgemanierd was en een verzorgde conversatie voerde".
 
Wolfgang Amadeus Mozart was een wonderkind, dat al op zeer jonge leeftijd begon met componeren. 
Zijn talent werd gelukkig onderkend als bijzonder en al op zeer jonge leeftijd werd hij half Europa doorgesleurd om zijn ‘kunsten’ te vertonen. Daarbij heeft hij, samen met zus Nannerl, ook in Nederland in verschillende steden opgetreden.
 
Omdat hij in Salzburg niet echt gewaardeerd werd, verhuisde hij naar hoofdstad Wenen, waar hij ook zijn toekomstige vrouw Constanze ontmoette.  Tegen zijn vaders zin trouwde hij met haar in 1782, maar later kreeg hij alsnog de zegen van zijn vader voor dit huwelijk.
 
Muzikaal gezien beleefde Mozart hoogtijdagen in Wenen. Alles wat hij componeerde schreef hij direct in het net, in tegenstelling tot veel andere componisten die eerst alles in klad noteerden.
Hij was bijzonder veelzijdig. Hij schreef opera’s, missen, symfonieën, soloconcerten voor piano en orkest, pianosonates, kamermuziek, muziek voor strijkkwartetten en -kwintetten.
Hij schreef 27 pianoconcerten. Hij verdiende veel geld waar goed van werd geleefd. Zijn vrouw Constanze leidde een geldverslindend leventje vanwege de aanschaf van veel kleding en met het bezoeken van kuuroorden .
Hij componeerde veel en vlug. Na zijn overlijden was er nog veel niet helemaal af. Die muzikale erfenis is door musicoloog Lüdwig von Köchel geordend en wordt de ‘Köchel-verzeignis’ genoemd.
Franz Süssmayr, één van zijn leerlingen, heeft het Requiem uit 1791 voltooid, waaraan Mozart werkte tot aan zijn dood. 
 
Diverse werken hebben we beluisterd. Eerst een korte inleiding, daarna de uitvoering. Voor sommigen te hard, maar daaruit bleek wel het enthousiasme van Cees.
Er werd tussendoor gefluisterd dat zijn toelichting een ‘eyeopener’ was. Met andere woorden: Cees Hollenberg heeft zich goed van zijn taak gekweten. 
 
Er volgen nog 2 ochtenden van deze muziekcursus en wel op
28 oktober met als onderwerp Mahler en op 
25 november over de geschiedenis van de Jazz.
Ineke Badura
 
 
 
 
SAMENVATTING VAN DE PRESENTATIE DIE CARLA VAN BREE GAF OP  8  SEPTEMBER 
Onderwerp:  FRIDA KAHLO 
Locatie:         gemeenschapshuis de Blaker
 
Na 1,5 jaar was het eindelijk weer verantwoord om ons programma van lezingen en presentaties te hervatten. Dat deden we met kunsthistorica Carla van Bree uit Tilburg. Enigen van ons hadden al eens kennis met haar gemaakt vanwege de cursus Art Nouveau die zij –ook met onderbrekingen vanwege corona– gaf. Dat bracht ons op het idee om haar eens te vragen om ons wat meer te vertellen over het leven en werk van de bijzondere kunstschilderes Frida Kahlo uit Mexico.
 
Er loopt momenteel een expositie van haar werk in het Cobra Museum in Amstelveen, nu nog te zien tot en met 3 oktober 2021. Het is een reizende tentoonstelling die ook nog in het Drents Museum is te zien en wel van 10 oktober tot en met 27 maart 2022.
 
Hoewel het niet het specialisme is van Carla van Bree, dat is namelijk de Europese kunst en cultuur, wilde zij zich voor een keer voor ons wel wagen aan een uitstapje naar de overzeese kunst, waarbij zij ook benadrukte dat Europese en Amerikaanse kunst zeker wel verwant was aan de Mexicaanse moderne kunst. Kunstenaars weten elkaar altijd te vinden en daardoor beïnvloeden ze elkaar ook.
Voor de pauze kwam het werk van Frida Kahlo nog amper aan bod en werden er vooral uitstapjes gemaakt naar het werk van haar latere echtgenoot Diego Rivera, die –21 jaar ouder dan Kahlo– al naam begon te maken met zijn muurschilderingen in onder andere de school waar Kahlo later zou gaan studeren.
Carla van Bree verkeerde in de veronderstelling dat wij, omdat er nu werk van haar tentoongesteld wordt en er nog niet zolang geleden een documentaire over haar te zien was, al veel over haar wisten. 
In overleg met Carla gooide zij het roer na de pauze om en kwam het leven van Frida Kahlo gelukkig wel uitgebreid aan bod.
 
Frida Kahlo werd als de 3e dochter van 4 dochters geboren op 6 juli 1907, als Magdalena Carmen Frida Kahlo y Calderón. Haar vader was een Duitse immigrant en bekend fotograaf. Het was zijn tweede huwelijk. Frida poseerde ook geregeld voor hem, wat haar later van pas moet zijn gekomen bij haar werk als schilderes. 
Haar moeder was een mestiza, d.w.z. zij was van gemengde inheemse en Europese afkomst.
Op 6- jarige leeftijd werd Frida getroffen door kinderverlamming, waardoor haar rechterbeen een stukje korter was dan haar linker. Het liefst liep ze in haar latere leven in lange kleding, die dat manco verborg. De ziekte polio die ze kreeg, bracht haar op het idee om later arts te worden.
Het lot besliste echter anders. Op 18 jarige leeftijd namelijk raakte ze betrokken als inzittende bij een botsing tussen een tram en een bus. Daarbij werd een stalen leuning door haar rug gespiest, die dwars door haar wervelkolom en langs de onderkant van haar lichaam naar buiten geperst werd.
Ze heeft ondragelijke pijnen geleden en het hield haar maandenlang aan bed gekluisterd.
Ze moest de rest van haar leven stabiliserende korsetten dragen van hard gips, die ze ook ging beschilderen.
Deze ramp beïnvloedde haar leven en haar werk volkomen. Aangezien ze heel lang het bed moest houden, gaf haar moeder haar schildersgerei en werden er spiegels aan haar bed vastgemaakt en heeft ze zich op deze manier geschilderd.  Er bestaat ook een foto van hoe ze zo op bed ligt en zichzelf schildert.
 
In 1928 leerde ze de beroemde en 21 jaar oudere kunstenaar Diego Rivera kennen, waarmee ze na een stormachtig jaar trouwde. 
Helaas nam Diego het niet zo nauw met de huwelijkse moraal en hij had talloze vriendinnetjes . 
 
Ook Frida stortte zich in diverse buitenechtelijke relaties, onder andere met de uit Rusland verbannen marxistische Trotski. 
Diego en Frida hebben 3 jaar in Amerika gewoond, waar ze echter niet kon aarden en dat toonde ze in een schilderij, waarbij ze geboorteland Mexico afbeeldde als idyllisch en Amerika als een industrieel, kapitalistisch land. 
Diego en Frida vonden elkaar niet alleen in de kunst, ook politiek gezien zaten ze op één lijn. Beiden waren fervente communisten. Het volk moest op nummer één staan. Ze gingen daarbij ook de barricades op als het nodig was. 
Het werk van Frida sprak steeds meer mensen aan en ze kreeg steeds meer bekendheid, waardoor ze definitief haar naam veranderde van Carmen (één van haar doopnamen) Rivera, in Frida Kahlo.
 
Kinderen heeft ze niet gekregen. Wel had ze meerdere miskramen.  Haar zwakke lichaam kon deze zwangerschappen helaas niet aan, zodat het in een abortus of in een miskraam eindigde.
Echtgenoot Diego was kennelijk niet altijd begripvol, want hij begon een relatie met haar lievelingszus Christina, waarop ze besloot van woede haar haren af te knippen. 
 
Na een periode van 5 jaar scheidden Diego en Frida, maar in hetzelfde jaar dat ze scheidden, trouwen ze ook weer. 
 
Door alle pijn en medicijnen wordt ze labiel, hoewel ze nog mooi werk maakt van haarzelf met een behandeld arts, die ze dankbaar is voor zijn hulp. 
Het gebruik van de vele medicijnen maakt haar suf, ze krijgt een losser handschrift, wat te zien is in een dagboek dat ze bijhoudt en dat een kijkje in haar leven geeft. 
Politiek blijft wel belangrijk voor haar. Zo schildert ze nog een zelfportret met daarop ook Stalin in 1954 en een portret met daarop zijzelf en Marx, met als titel: Het Marxisme zal de zieken genezen, ook uit 1954.
Frida Kahlo, een flamboyante persoonlijkheid in extravagante kleding heeft een indrukwekkend oeuvre nagelaten. Ze maakte 143 schilderijen tijdens haar moeilijke en ingewikkelde leven en 55 zelfportretten.
Ze bleef problemen houden met haar gezondheid, wat onder meer resulteerde in amputatie van haar rechteronderbeen nadat ze koudvuur in dat been had gekregen.
Ze overleed een week na haar 47e verjaardag. (13-07-1954)
Ineke Badura
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

KONINKLIJK NVVH-VROUWENNETWERK
Postbus 11 | 3410 CA Lopik | tel. 06-51982065 | Kantoor: centraalbureau@nvvh.nl | Internetsupport: support@nvvh.nl | © NVVH 2024